Column: Vreemde eenden zeg!

VREEMDE EENDEN ZEG!

Ook uitgevers (meer in het algemeen ‘boekenvakkers’) gebruiken veel jargon. We praten niet over boeken maar ‘titels’ (‘hoeveel titels geven jullie uit op jaarbasis?’). Een manuscript gaat, zodra in principe schoon, ‘voor persklaarmaken’. Een goedkope herdruk heet een ‘midprice’. Een boek (een titel!) is niet genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs maar ‘de Libris’. Als een boek gereed is voor distributie, ‘geven we hem vrij voor het CB’ (Centraal Boekhuis). 

We reppen ook van ‘ons fonds’ en van ‘fondslijnen’. Poëzie is binnen het Podium-fonds een vaste fondslijn. Moderne fictie ook (in een béétje sjieke bui zeggen we: ‘contemporaine fictie’). En ‘oorspronkelijk Nederlandstalige kwaliteits-non-fictie’. De kenner vraagt op het laatste dóór: ‘informatieve non-fictie of narratieve non-fictie?’. 

Héérlijk allemaal. 

Dit speelde door mijn hoofd toen ik net een nieuw boek (sorry, een nieuwe titel) van Podium naast mijn laptop legde om er een korte column over te schrijven. Vreemde eenden heet het boek, en werd geschreven door de in de VS woonachtige Martine Beijerman (1983). Ondertiteld: ‘Op zoek naar gelijkheid in een wereld vol anderen’. 

Ik ga u zo vertellen waarom ik lezing ervan zo aanraad. Maar eerst nog even die non-fictie-fondslijn. Ik beweer altijd met enig dédain dat we niet zo maar ‘informatieve non-fictie’ doen. Dus geen reisgidsen, geen geschiedenisboeken, geen handleiding fietsketting-reinigen. Onze non-fictie is journalistieker en narratiever dan dat, denk aan de sellers van Huib Modderkolk (digitale ‘oorlog’) en Matthias Declercq (Urk), of aan het bijna roman-achtige essay van Jannah Loontjens over schuldgevoel. 

Maar het is allemaal rekkelijker dan hier zo precies geformuleerd. Zo wilden we het boek van Martine, dat sterk wetenschappelijk is naar research en argumentatie, metéén uitgeven. Het gaat over ongelijkheid, discriminatie, racisme. Dat onderwerp op zichzelf is weliswaar actueel, maar niet níeuw. Maar ze gaat veel verder dan dit vaststellen, en dáárom wilden we het uitgeven (en is het eigenlijk ook weer méér dan informatief, al is het reuze informatief). Waarom doen we dat, anderen uitsluiten? Hoe komt het dat we de heersende idealen van democratie (vrijheid, gelijkheid) zo vaak schofferen? Zit dat misschien diep in ons, biologisch, psychologisch, die neiging de groep waartoe je behoort superieur te vinden? En wat doen we dan aan die neiging, met andere woorden, hoe kunnen we een samenleving bevorderen waarbij ‘anderen’ niet automatisch ‘vreemde eenden’ zijn? 

Zeer belangrijke zaken waarover Martine Beijerman schrijft in een ongewone mix van deskundigheid en toegankelijkheid. Nu ik erover nadenk: dit zou een nieuwe, aparte fondslijn moeten zijn. Ik ga broeden op een mooie vakterm hiervoor. ‘Grensverleggende non-fictie’? ‘Wereld-veranderende non-fictie’? Enfin, u hoort nog. Als ú dan ondertussen Vreemde eenden maar eens ter hand neemt! Anders kunnen we misschien nooit een herdruk vrijgeven naar het CB toe.