Podium


Column Joost Nijsen


De Kaap


Joost Nijsen 25-06-2007
Met een zestal Nederlandse uitgevers verbleef ik een week in en rond Kaapstad. We presenteerden ons op de nog piepjonge Cape Town Book Fair met een collectieve stand. Vergeleken met eerder pionierswerk van Hollanders in Zuid-Afrika brachten we het er matig af; onze boeken bleven door een noodlottige samenloop van omstandigheden steken in Durban en konden pas op z’n vroegst in de namiddag van de laatste beursdag arriveren. Balkenende ten spijt heeft de VOC-mentaliteit ons geheel verlaten. De achterwanden van de grote stand staarden de bezoekers maagdelijk wit aan. Waren onze handen dus leeg, uiteindelijk heeft een uitgever genoeg aan zijn tong; je kunt ook over boeken praten zonder die rare bakstenen van bedrukt papier erbij.
Ik miste iets anders rond de Kaap: Henk van Woerden. In de jaren voor zijn overlijden namen we ons veelvuldig voor samen eens Zuid-Afrika aan te doen. Hoeveel meer had ik begrepen van dat geplaagde land met zijn permanente toelichting erop! Je neemt de boot naar Robben Island, staat in de cel van Nelson Mandela, en vraagt je af wat het commentaar van Henk zou zijn geweest. Zou hij het als heilige grond hebben beschouwd, of zou hij rood aangelopen zijn van verontwaardiging dat voormalige gevangenen nu dagelijks fooien accepteren van geëmotioneerde westerse toeristen? Zou hij bij het diner vorige week in het huis van Antjie Krog het hoogste woord hebben gevoerd? Wist hij dat een van zijn tekeningen de muur van haar gang siert? Hoe zou hij zich in de discussie gemengd hebben met Antjies zonen over het Afrikaans, dat bij jongeren steeds Engelser gaat klinken (zoals ook het Nederlands steeds meer Engelse taal bevat)? Zou hij zich wel thuis gevoeld hebben in ons mooie, tegen de Tafelberg gelegen guesthouse, dat door de Belgische eigenaren ingericht is als Afrikaans-volgens-westerlingen? Was hij er vlak om de hoek weleens op bezoek geweest bij Tom Lanoye? Had hij me mee durven nemen diep de townships in? Zou hij op de beurs ruzie gekregen hebben met een biografe van Ingrid Jonker, die me verzekerde Henks visie op Jonker veel te ‘politiek’ te vinden? En zou hij me in Kaapstad of op onze reis naar Stellenbosch plekken hebben aangewezen die in leven of werk van Jonker terugkeren, of in zijn eigen werk?
Zeker is dat hij trots zou zijn geweest dat zich een uitstekende Zuid-Afrikaanse uitgeverij aanmeldde voor aankoop van vertaalrechten op Henks boeken. En wat zouden we ons vermaakt hebben samen in een welgevulde boekwinkel in Stellenbosch waar onze auteurs Krog en Breytenbach overal vooraan lagen en in een vergeten kastje ‘Nederlandse literatuur’ tal van eerste drukken stonden van Nederlandse schrijvers, voor veel minder dan de helft van de prijzen die daarvoor in eigen land gevraagd worden.
Zo vond ik er enkele in plastic verpakte, volkomen gave titels uit de begintijd van die prachtige serie Privé-domein. En een eerste druk van de Verzamelde Gedichten van Albert Verwey, voor 100 Rand: tien euro.
‘Vertel eens,’ zou Henk gevraagd hebben, ‘wie is ook alweer die Verwey? Dat ken ik allemaal niet, jongen, ik ben in de letteren een dilettant.’
Eigenlijk was hij er dus toch bij, vorige week in Kaapstad.