Podium


Column Joost Nijsen


KEV de film


Joost Nijsen 23-07-2009

Veel in het leven laat zich voorspellen. Zo is de kans groot dat je, eenmaal volwassen, uiteindelijk de vader of moeder van je kinderen zult ontmoeten.  En ben je woonachtig in Nederland, dan staat in elke lente wel vast dat de daaropvolgende zomer perioden met regen te zien zal geven, maar ook dagen vol zonneschijn.
Anders is dit gesteld met verfilmingen van boeken. Daarover laat zich, is althans mijn ervaring, vooraf niets met zekerheid voorspellen. Allereerst is, na verlening van een optie aan een producent, allerminst zeker dat de beoogde verfilming ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Het Filmfonds ligt dwars en verleent geen subsidie, waardoor de financiering niet rondkomt. Of de scenarioschrijver faalt en daarna wil geen scenarist zich er meer aan branden. Of alle geschikte regisseurs zitten vijf jaar vol. Of de producent fuseert en de eigenaar van de nieuwe combinatie gelooft niet in het project.
Stel nu, dat al deze hindernissen genomen worden en de film komt zo waar tot stand. Dan is vervolgens nog maar de vraag of er een film uitrolt die in de bioscopen een langer leven is beschoren dan één week: vijf vernietigende recensies kunnen het aantal bezoekers van zo’n miljoenenproductie beperken tot 127 mensen, die de film na afloop in de kroeg schouderophalend van zich afschudden.
Maar het kan ook anders lopen. Zo bleef de verfilming van Kluun´s Komt een vrouw bij de dokter (afgekort tot KEVBDD, en dat weer afgekort tot KEV) jarenlang in een wat weifelende voorbereidingsfase steken. Toen nam de ‘original producer’ zijn toevlucht tot samenwerking met de ervaren producent Egmond Film, waar het project een nieuwe impuls beleefde. In een stroomversnelling kwam het toen de eigenaar van Egmond’s moederbedrijf Eyeworks, Reinout Oerlemans, de ambitie ontwikkelde om van deze film niet zozeer de producent te zijn als wel de regisseur. Vanwege Oerlemans gebrek aan ervaring als regisseur van speelfilms werd in filmkringen wat lacherig gereageerd, vooral toen bekend werd gemaakt dat al deze zomer gedraaid zou worden en de film al voor de feestdagen in de bioscopen moest opduiken. Dat kon helemaal niet! Het tegendeel bleek waar: in no time hadden regisseur en producent een geweldige cast en crew bijeen, en inmiddels zijn vele scènes gedraaid.
Bij de opname van één ervan mocht ik laatst een kijkje nemen (als ik me goed zou gedragen en niet door het beeld ging lopen als ongewenste figurant), en wat ik zag, was uitermate overtuigend. Ik ben geen deskundige op dit terrein, maar op de een of andere manier leek het te kloppen, hoe Oerlemans daar, op basis van een ook door Kluun geprezen script, hevig geconcentreerd en met natuurlijk leiderschap richting gaf aan de acteurs voor de camera’s, onder wie de sterren Carice van Houten, Barry Atsma en Anna Drijver.
Wie had dit een paar jaar geleden kunnen voorspellen, toen we ons geloof begonnen te verliezen: dat zo’n dream team met een serieus budget in zo’n korte tijd daadwerkelijk een cinematografische variant van de bestseller tot stand zou brengen. Eind november gaat de film al in roulatie en als het niet zo euforisch klonk, en voorspellingen op het gebied van film bloedlink zijn, en je bij dit soort dingen uit bijgeloof sowieso schijnt te moeten afkloppen, zou ik zeggen: dit zou qua publiekssucces wel eens de ‘Alles is liefde’ van 2009 kunnen worden.