Podium


Column Joost Nijsen


Pierre


Joost Nijsen 24-11-2008
En daar stond hij ineens weer voor onze neus, DBC Pierre, die in 2003 vanuit het niks de literatuur binnenstormde met Vernon God Little. In de regen en de ijzingwekkend koude wind, buiten rokend, voor een Portugees restaurant aan de Amstel. Voorafgaand aan optredens op het Haagse festival Crossing Border deed hij Amsterdam aan, voor één wilde nacht. Dirty But Clean, al voorkwam hij aan tafel dat de glazen van zijn Nederlandse en Britse disgenoten ook maar een moment leeg waren. Sherry, whisky en bier. Bulderende lach. Plezieroogjes in een verweerd gezicht. Lange betogen met diepe stem uitgesproken. Wie hem bezig zag, kon even nostalgisch verpozen in de gedachte dat ook in de 21ste eeuw nog plaats is voor de ultiem romantische kunstenaar, de bohemien, de vagebond.
Toch valt dat ook bij hem tegen, of mee, net hoe je het wilt zien: Pierre vertelde maanden achtereen keurig achter zijn pc zonder een druppeltje drank gewerkt te hebben aan zijn derde roman die volgend jaar ook bij ons verschijnt (en tamelijk profetisch de excessen van het kapitalisme behandelt).
Dit weekend mocht hij zichzelf even uitlaten, ver weg van zijn schrijftafel, in winters Nederland. Tussen de bedrijven van het festival door vroeg ik of hij zichzelf nu enige maanden rust kan gunnen, terwijl agenten en editors helpen zijn nieuwe boek tot perfectie te brengen.
Verbaasd keek hij me aan. ‘No man, I have this exciting new book in mind and cannot wait to start it up. I know it’s unhealthy but it has to be written, no choice.’
En daar is dan weer de ware kunstenaar, de echte schrijver: er zitten nu eenmaal boeken in je die geschreven moeten worden – het leven is kort en wie moet het anders opknappen, die vieze klus?
In een discotheek (dit woord begint al net zo’n gedateerde klank te krijgen als dancing) koos hij ervoor in zijn eentje te dansen, armen en benen in behoedzaam maaiende bewegingen.
Na de afterparty’s in Den Haag ging iedereen toch nog keurig naar bed. Waar Pierre ’s nachts uithing wist niemand, maar de volgende dag was hij er weer, steeds wat verkreukelder, maar onverminderd in feeststemming. In zijn openbare vraaggesprek met Harry de Winter verslapte hij geen moment. Een causeur, een artiest, een denker, weggedoken in spijkerjack dat steeds meer naar nacht ging ruiken.
Door de sneeuw vertraagde zijn vliegtuig zondag. Heeft hij gewacht op aansluiting of is hij naar Amsterdam teruggekeerd, zijn nieuwe vrijwillige opsluiting in zijn werkkamer nog éven uitstellend?
Ik zou het hem per sms’je kunnen vragen, maar ben bang dat hij ineens toch een doodgewoon mens blijkt en antwoordt: ‘Just arrived at home, made myself a good cup of tea and am watching television.’ Want Clean But Clean: daar zijn er al meer dan genoeg van.