Podium


Column Joost Nijsen


Ouderschap


Joost Nijsen 03-11-2008
Als uitgever ben je vader én moeder van je schrijvers. Het bezorgt dan ook sterke gevoelens van trots als nieuwe boeken van enkele auteurs uit je ‘nest’ volop aandacht krijgen.
‘Goh, die Kluun is toch wel een leuke figuur, zeg. En wat een aandacht, ik zie hem óveral in de media.’
Heerlijk. Zoiets als anoniem in een donkere schoolaula zitten, en om je heen prijzende woorden horen als je kind op het toneel een kunstje vertoont.
‘Ik zag Giphart zijn Keukenprins-boek presenteren in boekhandel Y te Z. Wat deed hij dat goed, ik heb er meteen eentje gekocht voor mijn zwager, die helemaal gek is van koken en Giphart-fan is van het eerste uur.’
Glimglim.
‘Er is weer een nieuwe gids uit van die Klei, hè? Dat is altijd vaste prik met Sinterklaas, soms gaan er bij ons meerdere exemplaren rond. Ik lach me altijd rot om zijn beschrijvingen.’
Aan ijdelheid grenzende voldoening.
‘Sodemieter, wat een aandacht voor jullie Handboek voor de moderne vrouw. Je kunt geen boekhandel in of het ligt er te glimmen.’
U denkt dat ik dit allemaal verzin, als reclametrucje, maar als u mij kende, zou u weten dat ik nóóit iets uit mijn duim zuig, anders was ik wel schrijver geworden.
Stemt dit alles tot trots, er staan toch altijd kleine rimpels in het voorhoofd, want je bent als ouder/uitgever natuurlijk pas echt volkomen gelukkig als ál je kinderen goed terechtkomen. Zo is er die nieuwe verhalenbundel van de Vlaamse schrijfster Geertrui Daem, die bij de mensen die ’m al lazen, groot enthousiasme opriep. In haar thuisland heeft ze aan belangstelling (en verkoop) geen gebrek, maar in Nederland is haar laatste boek nog te weinig door journalisten opgemerkt, en hoe moet de lezer dan weten dat het er is en dat het goed is? U denkt misschien: zet dan een advertentie! Maar adverteren (heb ik het eerder gezegd?) heeft alleen zin als de titel bij mensen al enige herkenning oproept, door recensies en interviews.
Daar staat de ouder dan toch wat machteloos. Maar waar je kunt, schuif je ook dit dierbare kind in de schijnwerper: ‘Kijk, hoe fantastisch zij is!’ Waarvan akte. Trouwens, dit boek kan over een tijdje zomaar gaan opduiken in long- en shortlists van literaire prijzen.
Geduld is bij dit alles een schone zaak. Onlangs gaven we in Nederlandse vertaling de nieuwe roman van Hari Kunzru uit, Mijn revoluties, gebaseerd op een Baader Meinhof-achtige linkse kern in Engeland eind jaren zestig. Uitstekende roman, maatschappelijk-historisch interessant én lekker om te lezen. Maar te weinigen leken erin geïnteresseerd, bijna niemand merkte onze dierbare Hari op.
Tot ineens vrijdag NRC de roman uitvoerig en positief besprak. Hoe verguld tuurden we niet naar de leuke foto van Kunzru die de bespreking illustreerde.
‘Kijk, dat is ons kind! Is-ie niet prachtig?’