Podium


Column Joost Nijsen


Schrijfregels


Joost Nijsen 21-10-2008

SCHRIJFREGELS

Er zijn nog boekverkopers die uit het hoofd de interessegebieden kennen van honderden klanten. Een ervan is Herm Pol van Athenaeum Boekhandel. Laatst was ik er op bezoek. Hij nam me vanonder zijn op de neus steunende leesbril aandachtig op en zei toen: ‘Ik heb iets voor je.’ Hij sprong wat trapjes op en af en stak me met gedecideerde blik een fraai in leer en linnen gebonden boekje toe, getiteld 10 Rules of Writing. Door schrijver Elmore Leonard. Nooit van gehoord, maar meteen gekocht & verkocht. Vakliteratuur, maar dan leuk.
Ik heb het zojuist gelezen en tot mijn verbazing had ik het in tien minuten uit, terwijl het toch de rugdikte heeft van een doorsneeboek. Het hele ding bevat aan tekst evenveel woorden als één pagina Proust. De met slechts enkele regels gevulde tekstbladzijden worden royaal verluchtigd met mooie illustraties, door ene Joe Ciardiello (één ervan treft u hier op de huispagina aan).
Hadden de schrijflessen die dit boek biedt dus evengoed op één pagina gepropt kunnen worden, en betaal je dus vooral voor de bibliofieleske verpakking, het zijn toch erg aardige wenken voor wie een goeie schrijver wil worden. Ik geef ze u gratis, met dank aan Herm, die nu verkoop gaat missen, want méér dan onderstaande hoeft u niet te weten.

1: Open nooit een boek met een weersbeschrijving. Dodelijk saai, doelloos. Beschrijf hooguit de reactie van een personage op het weer.
2: Vermijd prologen. Vooral een proloog volgend op een inleiding die na het voorwoord komt.
3. Gebruik bij dialogen nooit een ander werkwoord dan ‘zei’. Dus ‘zei hij’, en niet ‘kreunde hij’.
4. Kleur het werkwoord ‘zeggen’ nooit met een bijwoord in. Dus niet: ‘Zei ze ernstig.’ (Over deze regel kun je twisten, vind ik).
5. Houd je uitroeptekens onder controle. Hooguit twee of drie op elke 100.000 woorden.
6. Gebruik nooit woorden als ‘plotseling’, schrijf ook nooit ‘De hel brak los.’
7. Wees spaarzaam met zinnen en dialogen in dialect. Als je er eenmaal mee begint, is het einde zoek en wordt je verhaal onleesbaar.
8. Vermijd gedetailleerde beschrijving van personages. Kijk naar Hemingway, die in een van zijn boeken een vrouw alleen zo beschrijft: ‘Ze deed haar hoed af en zette deze op tafel.’ Dat is genoeg, want via de gebeurtenissen en dialogen kom je genoeg aan de weet.
9. Beschrijf plaatsen en dingen nooit gedetailleerd. Het leidt tot precies die passages die de lezers overslaan.
10. In het algemeen: laat alles weg dat lezers zouden kunnen overslaan.

Tot slot een raak en overkoepelend advies van deze Leonard: ‘Herschrijf alles wat klinkt als iets dat geschreven is. De schrijver moet onzichtbaar zijn. Nooit mag een lezer afgeleid worden door geschrijf.’
Succes!