Podium


Column Joost Nijsen


Keukenprins


Joost Nijsen 07-10-2008

Zoals bevlogen acteurs zich soms inleven in een rol met inzet van hun hele lichaam (heel mager of dik worden, kaal, verlopen), zo is er nu een auteur die verder ging dan alleen maar zijn nieuwe boek tikken. Toen Ronald Giphart begon aan zijn boek Keukenprins, woog hij 82,2 kilo. Na 100 dagen ‘lezen en schrijven over eten’ woog hij op een ons na een kilo meer. Dat valt mee, want hij won niet alleen aan gewicht door ‘lezen en schrijven’ (een beroepsactiviteit waarbij je minder calorieën verbrandt dan een gymnastiekleraar), maar ook door al dat eten dat door zijn mond ging.
U kent misschien de gelijknamige column in Volkskrant magazine, recepten met daarbij vermakelijke en leerrijke, vanuit jongensachtige nieuwsgierigheid geschreven verhandelingen over de meest uiteenlopende aspecten van koken en eten. Van een bijna wetenschappelijk stukje over de universele gehaktbal via reflecties op buikspek tot een beknopte historische uiteenzetting over Hitlers ‘tafelgesprekken’. Deze stukken en nog veel meer dijde net als de schrijver zelf gaandeweg uit, tot een kloek culinair werk van een dikke (sic) 300 pagina’s.
Het tekent de echte schrijver: net als iedereen zijn formule meent te kennen, schakelt hij over op een andere versnelling, een ander register, en legt hij in een jaar tijd een bont leesboek over eten en koken neer waar menig culinair journalist zijn/haar hele leven naar toewerkt.
Giphart zelf zou me hier corrigeren: hij schaamt zich niet voor zijn culinaire passie (die natuurlijk een vooraankondiging vond in de roman Troost), maar acht zich op gastronomisch terrein een volkomen dilettant. Is-ie ook, welbeschouwd. Maar zijn de waarachtige amateurs niet in bijna alle gevallen de mensen met oprechte hartstocht, getuigend van grenzeloze, bijna autistische kennis van hun hobby? Giphart demonstreert dat in elk geval met een boek dat, zou je er de kennis uit kunnen schudden, een keukenvloer vol wetenswaardigheden zou achterlaten.
Wat het natuurlijk áfmaakt, als de volmaakte saus over een al hemels gerecht, is zijn schrijverschap als zodanig. Er staan zulke lenige, hilarische en ontroerende zinnen in, dat het er voor de liefhebber van literaire stilisten bijna niet toe doet waar Keukenprins over gaat – al is enige interesse voor koken en eten toch wel een pré.
Zo leverde Giphart niet alleen een bijdrage aan de culinaire literatuur, hij brengt ons ook gezond in de war omtrent de ontwikkeling van zijn oeuvre. Is de romancier nu kookboekenschrijver geworden?
Ik denk het niet. Een volgende Giphart kan van alles zijn: een roman, een boek over de biologische achtergronden van de liefde, een geïllustreerd werk over zijn geboortestad Dordrecht… Het enige waar ik hem zelden van verdenk, is aspiratie als dichter. Toch is dat jammer. Elke dag in Keukenprins opent met een culinair gedicht, waarvan sommige me kippenvel bezorgden. Ik geef er hier één gratis weg, en leest u vooral via dat poëtische, ontregelende ‘jus van rode biet’ genietend toe naar die ene, hartverscheurend eenzame kiwi in de slotregel:

Dag 96
1 espresso
1 yoghurtdrank
Restaurant De Promenade (Baarn):
sint-jakobsschelpen met truffel ingestoken en
omwikkeld met lardo di Colonnata,
bloemkoolmousseline en jus van rode biet
spaghetti met knoflook en basilicum
à la d’Antuono,
1 bakje chocoladevla,
1 kiwi.