Podium


Column Joost Nijsen


Manuscripta


Joost Nijsen 09-09-2008
De grote kracht van Stichting CPNB is toch dat ze niet op haar lauweren rust. Steeds verzint ze een nieuwe activiteit erbij, om nog weer meer aandacht te vragen voor het boek. Vorig jaar was er ineens Manuscripta, een sterk vernieuwde versie van de najaarsvakbeurs Eerste Drukte/Vers voor de Pers. Aan die maandag werd ambitieus een zondag gekoppeld, speciaal voor het publiek. Vele protesten moest de CPNB trotseren – zo waren nogal wat uitgevers ontgoocheld dat er geen boeken verkocht konden worden.
Ondanks striemende regen waren op de zondag van de 2e Manuscripta al rond elf uur ’s ochtends zo’n 5000 bezoekers geregistreerd. Verspreid over de hallen, ketels en gebouwtjes van het Westergasfabriekterrein, laafden lezers, media en vakmensen zich aan het nieuwe aanbod in de stands, door uitgevers met veel allure ingericht.
Het mag toch opmerkelijk heten, zo niet uiterst bemoedigend voor de hele boekenindustrie, dat op een regenachtige zondag door duizenden niet gekozen wordt voor uitslapen, sportschool of familiebezoek, maar voor oriëntatie op boeken, schrijvers en uitgevers.
Ik vrees dat de aloude Amsterdamse Boekenmarkt, het vaste onderdeel van de Uitmarkt, nu rap in functie zal versmallen tot een zomerse openluchtmarkt voor afgeprijsde boeken. Want de opening van het nieuwe boekenseizoen, daarvoor moet je de komende jaren op Manuscripta zijn. Times, they’re changing. Uitgevers hebben er hun beste auteurs ingezet voor voorlezingen en demonstraties. Alleen al vanuit ons fondsprogramma signaleerden we volle zaaltjes bij optredens van Giphart, Kluun, Nicolaas Klei, Aaf Brandt Corstius, en anderen. Met voortdurend media erbij, waardoor er nog eens legers lezers bíjkomen.
Zo’n succesvol evenement is voor een column een dodelijk saai onderwerp. Valt er dan niets te klagen?
Ja, wie een broodje wilde kopen, moest het hele terrein afzoeken.
Ja, sommige podia lagen wat aan de zijkant en werden matig bezocht.
Maar dat valt allemaal onder de noemer kinderziekten.
Het enige waar ik voor vrees, is dat deze beurs, met al z’n kleine en grote attracties, steeds meer het soort publiek zal trekken dat, gewapend met lege boodschappentassen, begeerte in de ogen, gratis boeken en promotiemateriaal komt scoren. Ik zie dan een Peter van Straaten-cartoon voor me waar zo’n dame (het zijn bijna altijd dames, ik kan er niks anders van maken) thuis een enorme tas leegschudt op de keukentafel, roepende: ‘Kijk lieverd, we hoeven voorlopig niet meer naar de boekhandel!’
Wij uitgevers moeten niet doorslaan van de vroegere passiviteit (wachten tot iemand een catalogus komt vragen) naar een op hol geslagen marketingbeleid. Ik zag stands waar de boeken létterlijk verdwenen waren achter promotiemateriaal, trommels en trompetten, guirlandes en ballonnen, pakjes en tasjes.
‘Op stand 63 hebben ze leuke gimmicks!’
‘Oké, gaan we daar naartoe. Oh eh, wat is dit ook alweer, de vakantiebeurs?’
‘Nee, een boekenbeurs geloof ik. Maar maakt niet uit!’