Podium


Column Joost Nijsen


Everest


Joost Nijsen 22-05-2007

Wie geboeid is door wat volharding vermag, wie graag zijn grenzen opzoekt of tenminste geïnteresseerd is in de onbegrensde moed van anderen, wie hevig nieuwsgierig is naar overleven onder onmogelijke omstandigheden, ja, die zou zich een hier net verschenen dikke pil over de prestaties van een stelletje ruige topklimmers in de jaren zestig, zeventig en tachtig niet mogen laten ontgaan. Het boek heet De Everest Boys en is opgetekend door de Amerikaan Clint Willis. De auteur is zelf klimmer maar hij beschrijft niet zijn eigen, ongetwijfeld ook boeiende avonturen op de bergen, maar de generatie klimmers uit Engeland, Schotland en Wales rond de gedreven Chris Bonington. Joe Tasker, Peter Boardman, Martin Boysen… misschien kent u de namen. In zijn uiterst gedocumenteerde en spannend geschreven boek neemt Willis ons aan de hand vanaf de eerste beklimming van mensen uit deze club in 1958 (Franse Alpen) tot aan de laatste beklimming in 1985 (Zuidoostgraat Everest).
Ik las het met ingehouden adem, zwetende handen en bonkend hart. Als je de laatste pagina (512) uit hebt, heb je de avonturen allemaal meegemaakt en droom je ervan, alsof je er zelf bij was. Het hele bijzondere is dat deze generatie uit semi-hippies bestond die zonder geld en met verbazingwekkend geringe uitrusting het onmogelijke presteerden. Het waren de laatste echte pioniers en avonturiers, want zonder iets af te willen doen aan de beklimmingen die heden plaatsvinden (mijn persoonlijke favoriet is, heel dichtbij, onze schrijvende klimster Katja Staartjes, de eerste Nederlandse vrouw op de top van de Everest), was klimmen in die jaren wel een tandje moeilijker en ingewikkelder. Sommigen van de Everest Boys vertrokken op een oude motor met een stuk touw en een pak havermout naar India, Pakistan of Nepal, en hadden theoretisch al vijf keer dood moeten zijn voor ze terugkeerden in hun basiskamp. Klimmers op kracht en volharding waren het, anders dan de huidige klimmers die op techniek en uitrusting leunen. Hippies in de bergen. On-voor-stel-baar.
Misschien las u het beroemde boek van Joe Simpson, Over de rand (Touching The Void, ook verfilmd) en herinnert u zich nog hoe u dit in één adem uitlas. Dit boek van Willis is weliswaar een geschreven documentaire over niet één afgerond avontuur maar een hele reeks avonturen, steeds met andere ‘Bonington Boys’ in de hoofdrol – maar gelooft u mij dat dit even meeslepend is.
In zijn inleiding citeert Willis Virginia Woolf, die gezegd heeft dat we lezen ‘om de begrenzing van de individuele geest te doorbreken… en weg te dwalen in de geest en het lichaam van anderen’. Een prachtige drijfveer voor hem dit boek te maken.
In de boekhandel lijkt het genre klimboeken een beetje uit de mode – wat ons betreft heeft dit spannende boek alles in zich de belangstelling voor klimmen bij ‘leunstoelreizigers’ alsook alle lezende klimmers te doen herleven. Een boek voor wie ook als lezer de top wil halen.