Podium


Column Joost Nijsen


GEHEUGEN


Joost Nijsen 01-07-2008

Een internationaal georiënteerde uitgeverij als Podium krijgt voortdurend via scouts, agenten en buitenlandse uitgevers manuscripten toegespeeld. Het is en blijft een moeilijk kunstje om uit deze almaar voortgaande stroom de auteurs op te pikken wier werken overlevingskans hebben in de vijver van de Nederlandse leescultuur. Een roman die ‘gewoon’ goed is (en, indien oorspronkelijk in het Nederlands geschreven, op shortlists en bestsellerlijsten zou opdoemen), is nog lang niet bijzonder genoeg om in vertaling te overleven. Een vertaalde roman moet zelfs uitbundig goed of om andere redenen hoogst bijzonder zijn om niet ten onder te gaan in het overweldigende aanbod van vertalingen.
Vorige zomer zette ik me op een Grieks eiland in een luie stoel en begon te lezen. Boek na boek, want de jongeren die me vergezelden waren groot genoeg om zichzelf te vermaken.
In de koffer zat ook een roman van een jonge Engelsman, James Scudamore waarvan op voorhand de titel m’n nieuwsgierigheid opwekte: The Amnesia Clinic. En toen gebeurde het wonder: ik begon te lezen en ging door tot de nacht te koud werd en de krekels me naar bed riepen. Volgende ochtend meteen verder, en toen vrolijk aan de late lunch. Want dit was weer eens zo’n boek dat, in al z’n bescheiden pretentie, flonkerde als een vis in het maanlicht.
Het is een schijnbaar eenvoudige, bijna jongensboekachtige vertelling, gesitueerd in Ecuador, over de complexe vriendschap tussen een Engelse jongen en diens klasgenoot. De laatste, Fabián, verloor zijn vader en moeder door een auto-ongeluk. De Engelse jongen heeft zo met zijn makker te doen, dat hij verzint (ja? weten we dat zeker?) dat zijn moeder nog leeft, ergens in een geheugenkliniek. De jongens spijbelen en gaan op reis. Verder verklap ik niks, alleen dat je pas op de laatste pagina’s weet wat hier nou verzonnen is, en wat werkelijkheid.
In een prima vertaling van Kees Mollema kunnen wij De geheugenkliniek heden versturen aan pers en boekhandel. En nu komt het erop aan: zal Scudamore’s innemende boek, in Engeland geprezen en bekroond, ook de harten van duizenden Nederlandse lezers veroveren? Wie het weet mag het zeggen, maar moet de roman dan wel eerst lezen. Ik zeg erbij dat wie genoegen beleefde aan Yann Martell’s Life of Pi, net zulke mooie uren te wachten staat als ik, vorige zomer, in de schaduw aan de rand van het zwembad.