Podium


Column Joost Nijsen


Podiumfeest


Joost Nijsen 14-05-2007

Waar te beginnen! Joris’ Zomergasten-special? Wilfrieds wervelende presentatie? De Cuba-band? In de acht meter hoge zalen van Restaurant Mercurius waren op 11 mei 2007 zo’n driehonderd Podiosi in besloten vergadering bijeen. Agenda: feest. Aanleiding: tien jaar Podium. Dresscode: informal chic. Nachtvoorzitter: Wilfried de Jong (kleding: Paul Smith). Leden: schrijvers, vertalers, vormgevers, fotografen, agenten, drukkers, literaire bobo’s, collega-uitgevers, journalisten, medewerkers met hun families… Eigenlijk alle mensen die in de optelsom van hun gaven borg staan voor onze uitgaven en de verspreiding daarvan onder het volk. Alleen de lezers ontbraken. Ook boekverkopers schitterden door afwezigheid, al hadden we er toch echt een dik dozijn uitgenodigd. Verklaring: alleen zíj moesten de volgende dag natuurlijk weer vroeg op: zaterdag winkeldag. Uitzonderingen bevestigen ook hier de regel, zoals de gepassioneerde boekverkoper Jan-Hein de Nobel van de Bredase Boekhandel Van Kemenade & Hollaers, die in zijn eentje dan ook zo’n 10% van de oplage van ons Spaanse juweeltje van Julián Ayesta verkocht.
De avond begon met een gevarieerd programma m.m.v. onze schrijvers Ronald Giphart, DBC Pierre, Johan Harstad, Kluun, Tjitske Jansen, Herman Franke, Breyten Breytenbach, Hari Kunzru. Vanwege aanhoudende reisfobie volstond Ingmar Heytze met een serie antwoordapparaatberichten. Hilarisch. De dichter blijkt over vele stemmen te beschikken, van die van een bezopen gesjeesde kakker tot die van schelle schrijfster. Joris Luyendijk posteerde zich tot slot in een Zomergasten-setting, en liet de verraste uitgever (kleding: Paul Smith) commentaar geven op zogenaamd door hem uitgekozen fragmenten. Het ging in hoog tempo van Bridget Jones tot de geplaagde Mai Spijkers. Zelfs Giphart moest hard lachen, terwijl hij zelf een virtuoos geïmproviseerde ‘lullekoek’ ten beste gaf. Kluun vertelde over zijn ontmoeting met Jan Wolkers, die de beginnende auteur ooit een wijs lesje leerde. De Noorse auteur Harstad gaf cultuurhistorisch commentaar op enkele zelf gemaakte kiekjes, die daardoor metamorfoseerden in soms schrijnende literaire scènes.
Waarom meld ik dit alles eigenlijk? Wie er was heeft het gezien en wie er niet was, was er niet.
Maar ben er dan nú even bij.
Na afloop, buiten in de regen, werd op fietsen en vanuit taxi’s druk overlegd over locaties voor een afterparty. Opgewonden sms’jes vlogen door de nacht. Feestbeest Marcel Pantera (regisseur van Kluuns Nightwriters) kreeg tientallen kennelijk onvermoeibare Podiosi binnen in een overvolle, veel te kleine nachtclub. Alleen de boomlange schrijver-journalist Eric Smit en de nog langere auteur Sieger Sloot konden over de verhitte hoofden heenkijken. Er werden indringende gesprekken gevoerd over de functie van letterkunde in het licht van toen, heden en straks.
Toen we ook de club uitgebezemd werden, ging een andermaal afgeslankt gezelschap diehards naar Kluuns woning, waar het doorging tot de eerste boekverkopers alweer de ka$$a aansloegen.
Wilfried de Jong, energiek tot het ochtendgloren, toonde zich als nachtburgemeester de ideale troonopvolger van zijn stadgenoot Jules Deelder: om elf uur ’s ochtends stuurde hij sms’jes rond, niet vanuit zijn hotelbed, maar vanuit Rotterdam, waar hij zich alweer omringd wist door tientallen luidruchtige jonge judoka’s, zijn zoontje inbegrepen.
Het is maar dat u terdege en vol bewondering beseft dat wij in de literatuurindustrie een zwáár leven leiden.
Zo, en nu gaan we, uitgefeest, rustig ons elfde jaar in. Hang niet op!