Podium


Column Joost Nijsen


Peeters_Elvis_-_Brood_afbeelding_horizontaal_gecomp.jpg

HERBAK BROOD


Joost Nijsen 30-01-2018

De verbeeldingskracht en het inlevingsvermogen van Elvis Peeters blijven me verbazen. Hebben ze zich in hun laatste roman Jacht net ingeleefd in dieren, die zo ongeveer denken als mensen, maar toch het dier zijn dat ze nu eenmaal zijn, komen ze nu met Brood. Een korte maar prangende roman over een jongen die zijn door oorlog geteisterd thuisland ontvlucht en in onze richting komt. Als lezer maak je in kort bestek de hele ontheemding mee, eerst het onvermijdelijke vertrek, dan de vlucht zelf, en het opnieuw vestigen. Ondertussen wordt de jongen vooral gestuwd door zijn ontluikende seksualiteit. 

Pubers en seks: daar snapt Elvis óok alles van, weet iedereen die de roman Wij las (en/of er de zeer knappe en aangrijpende verfilming van gaat zien, vanaf mei in roulatie).

Maar terug naar Brood, in feite ook een epiloog op Elvis’ klassieker De ontelbaren, profetische roman over vluchtelingen die massaal naar Noord-Europa trekken. Aan de borst gedrukt door onder meer Tommy Wieringa (het boek van Elvis, niet de vluchtelingen, voor zover ik weet). We waren in de gelegenheid deze nieuwe, ovenverse vertelling al vooruit te sturen als nieuwjaarsgeschenk aan vele relaties. Snel al kregen we de eerste reacties. Oud-uitgever Laurens van Krevelen, eminent lezer, schreef me het knap geschreven te vinden, en bijzonder dat religie/islam er geen enkele rol in speelt. Dat had ik nog helemaal niet gemerkt, eigenlijk. Toen mijn oud-buurman Remco Campert, op de première van Het leven is vurrukkulluk. Ik was al onder de indruk dat de oude bard, de levende legende, daar toch maar weer onsterfelijk aanwezig was, toen hij me bedankte voor Brood: ‘wat is dat uitstekend gedaan zeg!’. Mijn avond was alweer geslaagd. Of neem de geweldige mail van Daniëlle Serdijn, die na decennia recenseren en jureren haar belezenheid nu inzet voor scholieren. ‘In een ademtocht uitgelezen en opnieuw onder de indruk van het schrijversduo,’ schreef ze, waarna het mooiste nog kwam: ‘Inmiddels heb ik het uitgeleend aan verschillende mensen. Op dit moment wordt het gelezen door twee bijna vijftienjarigen die niet direct met elkaar bevriend zijn. Omdat het boek nog niet in de bieb of in de winkel ligt, zitten ze nu noodgedwongen dicht naast elkaar, hand in de kin, elleboog op tafel, lezend. Toen ik vroeg of het wel ging om samen te lezen, antwoordde de vrouwelijke helft van het duo : “Ach, ik verdraag hem omdat ik dit zó graag wil lezen.”’

Wow, zeg je dan tegenwoordig.

Ook een kopgroepje aan boekverkopers toonde zich al enthousiast, en veel literaire media in Vlaanderen (waar het een week eerder verscheen). Dat belooft allemaal wat voor de ontvangst hier, al moet je dat altijd direct ‘afkloppen’. Guus Bauer was er al snel bij op Tzum en legde uitstekend uit waarom de vertelling in deel twee ‘openbloeit’. ‘Alles klopt.’ Hebban schreef: ‘Indringende roman vol fraaie zinnen.’

Ondertussen liet de Vlaamse uitgeefpartner in dit boek, het nieuwe Angèle, al weten door hun deel van de oplage heen te zijn.

Dus we gaan ongetwijfeld al snel ervaren hoe dat is, een Brood herdrukken. Of noem je dat in dit geval herbakken?