Podium


Column Joost Nijsen


Dorrestein_Renate_-_c_Ruud_Pos_-_kopie_website.jpg

REDDENDE ENGEL


Joost Nijsen 27-09-2017

Twee dagen na haar hartverwarmende interview in Volkskrant Magazine, was Renate Dorrestein een van de hoofdgasten in Theater Bellevue, waar we met een literaire avond ons 20-jarig bestaan markeerden. Ook in dat gesprek, met Lennart Booij, maakte de door alle gasten als uitzonderlijk innemend ervaren schrijfster geen geheim van de ziekte die haar trof. Haar gevoel voor humor liet haar daarbij niet in de steek. Toen de ‘tijdelijkheid’ van haar leven ter sprake kwam, wendde ze zich met een glimlach naar het publiek.

‘Ik heb slecht nieuws voor u,’ zei ze. ‘Ook uw leven is eindig.’

Met die kwinkslag bracht ze licht in de duisternis van het thema ziekte & dood.

Het is typerend voor haar persoon en voor haar werk, waarin het menselijk tekort vele verschijningsvormen kreeg, zonder ooit in verbittering en ontgoocheling uit te monden. Het is paradoxaal genoeg de lichtheid die bij sommigen, bij de wijzen, logisch voortvloeit uit berusting in de onvolmaaktheid en zinloosheid van het bestaan.

Haar jongste roman Reddende engel is hiermee doordrenkt. Dorrestein voert de lezer in haar als altijd gewiekste plot van hindernis naar hindernis, crisis naar crisis, waarbij ziekte, relatieproblemen en andere malheur voortdurend op de loer liggen. Maar altijd gloort er licht, door die glimlach van de soms sardonische en spotlustige, maar nooit kwaadaardige vertelster.

Zo is de vrouw achter de vertelster ook zelf, zelfs nu haar gezondheid in zwaar weer verkeert. Sommige zieken worden allengs egocentrischer. Anderen, de buitencategorie, waartoe Renate behoort, hengelen niet naar troost, maar zijn juist troostend.

Dat zijn de engelen. Reddende engelen, zo u wilt.

Lezers blijken dat ook te zijn, want de eerste tienduizend exemplaren waren nog maar net van de drukker of we moesten alweer een herdruk bestellen. Toen we de auteur dit mooie nieuws brachten, ontroerde haar dat diep. Niet verwonderlijk, want een auteur als Renate schrijft weliswaar in eerste instantie voor zichzelf, vaak fluitend van plezier tijdens de schepping – maar uiteindelijk voor de lezers, met wie zij een innige verhouding onderhoudt, letterlijk soms via brieven en nieuwsbrieven en contacten tijdens lezingen, maar ook impliciet, via de woorden die ze schrijft en de lezers doet toekomen en via die lezers tot leven komen en bestaansrecht krijgen.

Als Reddende engel onverhoopt haar laatste roman zal blijken, dan heeft ze daarmee haar rijke oeuvre van een mooi, krachtig uitroepteken voorzien. Maar laten we rustig afwachten wat de God in wie Renate op haar eigen, oorspronkelijke wijze blijkt te geloven, nog aan plotwendingen in petto heeft. Daarbij staan we Hem graag toe de kunst van Renate af te kijken.