Podium


Column Joost Nijsen


vvh9789057598326.tif

GERDA BLEES


Joost Nijsen 14-02-2017

Op vrijwel elk literair avondje krijgen schrijvers deze vraag voorgelegd: ‘is uw boek autobiografisch?’ Wij uitgevers krijgen dan weer een andere vraag standaard voor de kiezen: ‘hoe komt u aan schrijvers?’. Het niet zo heel erg tot de verbeelding sprekende antwoord is: op allerlei manieren. Soms voltrekt zich een mirakel en zit er een goudklompje in de stapel ongevraagd toegestuurde manuscripten. Muidhond van Inge Schilperoord was er zo eentje. En Alex Boogers, die stuurde ons zijn debuut ook gewoon toe (als M.L. Lee). Soms lees je een interview met iemand die verklaart te (gaan) schrijven en daar nog talent voor blijkt te hebben ook. Wilfried de Jong, bijvoorbeeld, als jonge cabaretier geïnterviewd over zijn veelzijdigheid. Maar meestal gaat het via-via. Literair journalist Ed van Eeden leverde me ooit Ronald Giphart, toen als nachtportier schrijvend in een ziekenhuis. De dochter van Lucebert en haar man wezen me de weg naar Henk van Woerden (mijn hart breekt als ik denk aan de snelheid waarmee zijn meesterlijk oeuvre in de vergetelheid raakt, idem dito het werk van Herman Franke). Kluun werd ons aangereikt via de jongste zus van Janneke Steinz (die bij me kwam te werken via haar broer Pieter Steinz), die ervan wist via haar vriend Eric Hesen, als ontwerper in de reclame met Kluun verbonden.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar u heeft meer te doen. Vandaag wilde ik alleen even stil bij de manier waarop ons het grote talent Gerda Blees werd toegespeeld. ‘De verhalen maakten veel indruk op me,’ schrijft Grunberg heden in zijn Voetnoot. Hij heeft het daar niet over haar ontdekking, maar zijn eigen recente ontdekking van haar talent toen ze, via collega Merijn Hollestelle, in een hotel uit haar net verschenen debuut Aan doodgaan dachten we niet aan hem voorlas (dat leek Arnon beter of leuker dan zonder haar te kennen een proef te gaan lezen).

Maar hoe kwam Gerda nu in onze gretige klauwen terecht?

Enige tijd werkte bij Podium een nog heel jonge, sterk door literaire passie gedreven vrouw, Sophie Kok. Ze begon geloof ik als stagiaire maar had bij ons al snel een plek verworven als iemand met een groot gevoel voor poëzie. Sinds enkele jaren werkt ze in Utrecht bij Het Literatuurhuis. In die stad woonde ze een Poetry Slam bij en daar hoorde ze een jonge vrouw een gedicht lezen. Gerda Blees. Ze tipte onze redacteur Willemijn Lindhout, die het talent herkende en bij Gerda aanklopte. Die bleek niet alleen gedichten maar ook verhalen te schrijven. Verhalen met een volstrekt eigen toon en stijl en, hoe zal ik het zeggen, werkelijkheidservaring. We moesten nog even flink onze pauwenveren opzetten, want een andere uitgever was haar inmiddels ook op het spoor.  Maar het klikte, en heden is daar haar prozadebuut dat ook door anderen dan Grunberg zal worden omhelst. Binnen een jaar haar gedichtenbundel (maak je borst vast nat). En wat nog meer moge volgen.

En zo kwam het, dat Podium na uitzonderlijke nieuwe schrijfsters als Inge Schilperoord en Kira Wuck (binnenkort ook proza van dichteres Laura van der Haar) de grote eer toeviel, het werk van Gerda Blees te mogen uitgeven.

Mooi vak, ik kan niet anders zeggen.