Podium


Column Joost Nijsen


Vogelalfabet_9789057597404_voorplat.jpg

Alfabet


Joost Nijsen 09-02-2016

Bij sommige boeken duurt het even voor in de literaire wereld het kwartje valt. Dat geeft niet. Geduld is een schone zaak. Zelf ben ik buitengewoon ongeduldig, want als een boek eenmaal het licht heeft gezien, ben ik de eerste om me af te vragen waarom de wereld er nog niet over spreekt. Vergiffenis.

U weet niet wie S.J. Naudé is. Ik ga het u vertellen. Hij werd geboren in 1970, kort geleden eigenlijk. Hij groeide op in Zuid-Afrika, werkte als advocaat in New York en Londen, waarna hij terugkeerde naar Kaapstad om er voltijds te werken aan zijn literaire debuut. Het verscheen er vorig jaar als Alfabet van die voëls en werd snel herkend als een belangwekkend debuut. ‘Een hoogtepunt in de Afrikaanse literatuur,’ schreef André Brink, kort voor zijn overlijden. Neel Mukherjee deed er een schepje bovenop en zei dat Naudé ‘de contouren van de Zuid-Afrikaanse literatuur zal veranderen.’ Het boek werd in Zuid-Afrika meermalen bekroond.

Fanie, heet S.J. voor ingewijden. De bekende auteur Damon Galgut, wiens debuut ik lang geleden mocht uitgeven bij Nijgh & Van Ditmar, schreef er een inleiding bij, die wij als nawoord toevoegden aan de bij ons net verschenen vertaling door Karina van Santen en Martine Vosmaer (mét Harm Damsma en Niek Miedema mijn favoriete vertalersduo). Galgut weet de verhalen in Het vogelalfabet fraai onder één noemer te brengen: ‘Net als hun centrale personages lijken de verhalen zomaar ergens te beginnen en te eindigen. Wie schrijft er voor ons een einde aan? De vogels, vertelt Naudé. Een vogel die per ongeluk in een huis terechtkomt, vliegt uiteindelijk naar buiten, maar “vogelpoep blijft als kromme letters op de binnenmuren achter. Als oosterse kalligrafie. Misschien is dít een einde.” Misschien wel. (...) Naudé’s stem, koel en intelligent, verontrustend en doorvoeld, is geheel nieuw in de Zuid-Afrikaanse literatuur.’

Het is bekend dat verhalenbundels hun weg naar de lezer moeizamer vinden dan romans. Het is ook bekend dat daardoor veel literaire schoonheid gemist wordt. Maar we worden er steeds optimistischer over. De nog maar net in dezelfde reeks verschenen verhalenbundels van de jonge Truman Capote en de gearriveerde dichteres Kira Wuck, mochten al op veel lof en lezers rekenen. Eenzelfde lot verdient Het vogelalfabet, dat mooi op tijd komt voor de Week van het Korte Verhaal. Het zou óók een ereplaats verdiend hebben in een Week van de Zuid-Afrikaanse Literatuur, en – maar hier ben ik wat voorzichtiger, in een Week van de Homoseksuele Literatuur: zonder daar zijn centrale thema van te maken, beschrijft Naudé in verschillende verhalen mannenliefde op een manier die ons als aangenaam vanzelfsprekend klinkt, waarmee de verhalen weer eerder een plek zouden verdienen in een Week van de Mensenliefde. Vogelliefde, dat dan ook weer.

Mocht dit cryptisch klinken, dan staat er voor u maar één weg open: lézen dit boek.