Podium


Column Joost Nijsen


IMG_20151217_144248.jpg

Uitgevers


Joost Nijsen 17-12-2015

Mensen hebben meningen over beroepsgroepen. Ambtenaren zijn lui, jagers wreed, notarissen saai, acteurs ijdel, politici opportunistisch, padvinderij-hopmannen pedofiel, psychiaters gek, orthodontisten geldwolven, enzovoorts.

Uitgevers, daar hoor je ook altijd meningen over, waarbij aangetekend moet worden dat de mééste mensen niet eens weten wat het vak inhoudt ('waar staat de drukpers nou?', 'schrijft u zelf al die boeken?', 'wat heerlijk, de hele dag boekjes lezen aan uw bureau!').

Maar de uitgever bestaat helemaal niet, net zo min als de politieagent, de onderwijzeres en de ICT-medewerker. Want er zijn zoveel variaties!

Er zijn uitgevers die geld verdienen het belangrijkste vinden, en ofwel op safe spelen, ofwel toch eens met een titel financieel risico nemen, maar alleen als ze het vermoeden hebben dat de auteur ervan uiteindelijk winst gaat opleveren. Er zijn uitgevers die alleen uitgeven wat ze mooi en belangrijk vinden, en aan het eind van het jaar vluchtig even de jaarcijfers bekijken (dat zijn ofwel uitgevers in loondienst, ofwel uitgevers met familievermogen). Er zijn uitgevers die eindeloos in de weer kunnen zijn met titels en omslagen en boekverzorging. Er zijn uitgevers die totaal schijt hebben aan de uitvoering, en erop gokken dat de smaak van het publiek slecht genoeg is om alles wel best te vinden. (Er zijn ook uitgevers die betreuren dat er uitgevers zijn die totaal schijt hebben aan... et cetera.) Er zijn uitgevers die zich alleen thuis voelen bij boeken en genres waar je de doelgroep vooraf kunt bepalen. Er zijn uitgevers die boos worden bij woorden als 'prognose' en 'marktbewerking' en alleen boeken uitgeven waarvan zij vinden dat er lezers voor zouden moeten zijn. Er zijn uitgevers die de hele dag met hun auteurs bellen, omdat ze eigenlijk zelf schrijver zouden willen zijn, en dan in elk geval hun handen kunnen warmen aan de scheppers. Er zijn uitgevers die het liefst de hele dag in een Volvo langs boekhandels rijden, en zich rotschrikken als een auteur ineens opbelt. Er zijn uitgevers die denken dat adverteren een manier is om een bestseller te creëren, en uitgevers die zeker weten dat een advertentie geen enkele zin heeft. Er zijn uitgevers die urenlang met hun officemanager kunnen praten over verbeteringen aan de royaltyadministratie, en uitgevers die gaan hyperventileren bij de gedachte aan administratie alleen al. Er zijn uitgevers die het liefst altijd op zakenreis zijn en uitgevers die een bezoek aan de Antwerpse Boekenbeurs al een hele onderneming vinden. Er zijn uitgevers die woedend zijn als ze bij de CPNB niet voor elke auteur een balkaartje kunnen kopen, en uitgevers die opgelucht zijn als ze zich achter de rug van de CPNB kunnen verschuilen zodat ze er nauwelijks geld aan kwijt zijn. Er zijn uitgevers die denken dat ze de eersten zijn die een presentatie nou eens echt anders gaan aanpakken ('we gaan het niet doen zoals al die anderen, met die pinda’s en dat lauwe bier'), en uitgevers die alles al gezien en geprobeerd hebben wat er aan promotie bedacht wordt. Er zijn uitgevers die agenten haten omdat ze alleen maar een wig drijven tussen hen en de schrijver, en uitgevers die dolblij zijn met agenten omdat die dan het talent voor ze zoeken en met de auteurs kunnen praten als dezen gefrustreerd zijn over tegenvallende verkoop. Er zijn uitgevers die ervan overtuigd zijn dat je alleen kunt overleven op de markt als je heel erg focust op één niche, en uitgevers die juist in zo veel mogelijk niches acteren, omdat wanneer het ene genre even uit de mode is, er altijd nog omzet in het andere genre plaatsvindt. Er zijn uitgevers die nog narcistischer zijn dan hun schrijvers, altijd maar aan het woord (zoals de oude Van Oorschot of Theo Sontrop), en

uitgevers die niet eens de presentaties van hun eigen boeken bijwonen omdat ze weten dat ze geen woord kunnen uitkramen zonder te stotteren of in clichés te vervallen.

Begrijpt u? Wat is nou 'een uitgever'?

O ja, en er zijn uitgevers die columns schrijven omdat ze denken iets te melden te hebben, en uitgevers die al die woorden overlaten aan hun schrijvers, en zelf alleen maar, zoals W.F. Hermans ooit zei, ‘aan de kassa zitten’.

Je hebt ook uitgevers die weten wanneer ze ergens een punt achter moeten zetten, en uitgevers die eindeloos in een column zoeken naar het allerbeste laatste woord, en dat dan uiteindelijk maar opgeven.