Podium


Column Joost Nijsen


VERMIST


Joost Nijsen 06-02-2008

Op tv was, behalve de doorlopende soap over Joran, deze week de film Vanishing te zien, een Amerikaanse remake van de film Spoorloos, naar Krabbé’s Het gouden ei. De Hollywood-versie eindigt met een scène waarin een uitgever de hoofdrolspelers vraagt over hun gruwelijke ervaringen een roman te schrijven. De uitgever geeft toe dat hij een precair verzoek doet, ‘maar ja, jullie snappen, ik ben nu eenmaal een uitgever’.
Grappig, de uitgever als schaamteloze opportunist. Geeft de beroepsgroep waartoe ook ik al decennia behoor elk verhaal uit dat in een bestseller kan uitmonden? Soms lijkt het erop, ik moet eerlijk zijn. En er is altijd de legitimering dat je uit de winst weer andere, waardevolle maar misschien verliesgevende boeken kunt financieren.
Dat er grenzen zijn bleek laatst uit de discussie rond een Nederlandse uitgave van Mein Kampf (ooit vertaald als Mijn kamp in plaats van Mijn strijd). Maar een enkele uitgever verklaarde wel tot publicatie te bewegen te zijn, mits als wetenschappelijke, historische uitgave.
Met zeven miljoen anderen naar de schokkende onthullingen van Peter R. de Vries kijkend, zag ik even een bestseller voor me. Ik zal niet de enige zijn geweest. Je zou er met gezwinde spoed een document over kunnen uitgeven dat nog harder de bestsellerlijsten binnenschiet dan De Endstra-tapes. Voor zo’n boek bestaan verschillende vormen. Een van de eerste vragen daarbij is of je als uitgever samenwerking wilt zoeken met de tot nationale held uitgegroeide misdaadverslaggever, voor wie zelfs Pauw & Witteman de rode loper meermalen uitrolden, met respect en een enkele, in een vrolijke kwinkslag verpakte ‘kritische’ vraagstelling.
Om twee redenen zal zo’n boek niet bij Podium verschijnen, hoeveel er ook mee te verdienen valt. ‘Laat hier duizend bloemen bloeien,’ zeggen uitgevers vaak. Ik verklaar: op elke duizend bloemen is er minstens één die tot ónze tuin geen toegang zal krijgen. Een boek naar aanleiding van de Joran-tapes is er zo een. Peter R. de Vries mag uitmunten in zijn vak, alleen al de manier waarop hij de moeder van het vermiste meisje voor het oog van de camera’s confronteerde met de schokkende bekentenissen van de serieleugenaar, is voldoende reden om tot deze duizendste bloem op voorhand duizend kilometer afstand te bewaren.
Er is nog een betere reden om elke gedachte aan deze potentiële bestseller onmiddellijk de kop in te drukken. Die hele Joran-affaire en met name de manier waarop de Nederlandse media het uitgebeend hebben, is immers allang beschreven in een hier verschenen boek. In de roman van DBC Pierre heet Joran: Vernon God Little. Het gelijknamige boek is een satire op een wereld waarin niet via bevoegde rechters geoordeeld wordt, maar via media. (Her)leest u het maar eens, er komt ook een Peter R. de Vries in voor, die het aanlegt met Vernons moeder, in wie we in enkele opzichten de moeder van het meisje herkennen.
Wie deze roman gelezen heeft, weet dat we gevaarlijk opschuiven in de richting van een samenleving waarin de macht geheel in handen komt van de media. Vernon wordt real life berecht door televisiekijkers, een Idols voor moordzaken. Ook de executie van Joran heeft al plaatsgevonden zonder officiële bewijsvoering. Gevolg: Peter R. de Vries for president.
Wat ik u zeg: lees af en toe een goed boek, en u bent een gewaarschuwd mens.