Podium


Column Joost Nijsen


1_20130417085557_20130516025737_20130520010520.jpg

Vertaling


Joost Nijsen 18-02-2014

Tuurlijk, tuurlijk: het Polare-verhaal houdt velen bezig, en ‘streaming’ wordt een additionele vorm van lezen en exploiteren, en ja, het is jammer dat WPG de historische panden aan Singel 262 van de hand moet doen, en…

Enzovoorts.

Je zou bijna vergeten dat je op aarde bent om mooie boeken te maken, ware het niet dat de verkoop tijdens de verbouwing gelukkig gewoon doorgaat, en zich op de uitgeverij elke dag kleine maar fijne taferelen voordoen rondom de auteurs die hun werk aan je toevertrouwen. Dán weet je dat je uitgever bent: als je met een dierbare fondsauteur gaat eten en bij de koffie afspreekt hoe je dat opwindende nieuwe manuscript, nu nog in statu nascendi, straks in de vorm van een boek de wereld in gaat schoppen; ook als zich via via een opwindend nieuw talent bij je heeft aangediend; en ook als een boek van de pers rolt dat je zeventien keer oppakt om er even verliefd doorheen te bladeren.

Soms blijkt een boek nog mooier dan je zelf bij aankoop van de rechten dacht – vooral bij vertalingen doet zich dat geregeld voor. Vandaag gaf onze redactie me wat verhalen in handen die uit het Turks vertaald werden, pas eind van dit voorjaar te verschijnen: Verhalen uit Istanbul van Sait Faik Abasiyanik. De rechten kocht ik alweer een tijdje geleden na lezing van de Duitse vertaling (ik lees geen Turks). Hanneke van der Heijden levert de vertaling in het Nederlands, direct uit het Turks. En nu las ik wat van deze verhalen in onze eigen taal en hemel, wat is die auteur goed! En de vertaler dus ook.

Wat zullen lezers daar straks van opkijken.

Hetzelfde vreugdegevoel doorstroomde me na lezing van de vertaling door Edzard Krol (die ook Stoner vertaalde) van Taipei, de roman van de Taiwanees-Amerikaanse schrijver Tao Lin. Ik had er al van genoten in de Engelstalige versie, maar nu, in fraai en soepel Nederlands omgezet, mijn eigenste taal, merkte ik pas wat een stilist deze jonge auteur eigenlijk is, volgens Rutger Lemm zelfs ‘vertegenwoordiger van een nieuw type schrijverschap’. (En volgens The New York Times ‘een vroege Hemingway, met een filter van Twitter en drugs’.)

Ook op dit boek moet u nog even wachten, maar vanuit het laboratorium wilde ik u toch vast verklappen dat deze vertalingen niet onopgemerkt voorbij zullen gaan.

Ik wil maar zeggen: er spelen grote kwesties in de literatuurindustrie, maar laten we niet vergeten dat we in dit vak zitten vanwege de wonderen die zich steeds maar weer aan schrijftafels voordoen, overal ter wereld. En dat goede vertalers hun gewicht in goud waard zijn.

 

Joost Nijsen