Podium


Column Joost Nijsen


kringen_in_water.jpg

Een jaar later


Joost Nijsen 14-05-2013

Het is nog maar een jaar geleden maar ik denk er nog zelden aan terug. Wat op zich al voelt als verraad. Een jaar geleden vierde mijn uitgeverij trots haar vijftienjarig bestaan, en voor die gelegenheid schreef ik zelf een boek, ABC van de literaire uitgeverij. ‘Everything you always wanted to know about publishing but never dared to ask.’ Een verhalend lexicon, een genre dat in Engeland te boek staat als ‘narrative reference’.

Hemel wat was ik trots toen dat boek van de pers rolde.

Geen moment spijt van gehad.

Het was aanleiding voor veel interviews over mijn vak. IJdel genoeg dat leuk te vinden. En altijd heerlijk over die fascinerende boekenindustrie te praten, zeker in tijden van transitie.

Maar al snel verdween het boek niet alleen op de achtergrond van mijn eigen drukke bestaan, ook leek de wereld er verder niet zo lang bij stil te staan, zelfs de boekenwereld niet. Een stuk of duizend verkocht. Boekhandels namen het mondjesmaat in voorraad, en bestelden nauwelijks bij. Ik ontving genoeg lovende reacties om er een lange quote sheet mee te vullen, maar eerlijk gezegd zijn de echt inhoudelijke besprekingen op de vingers van een hand te tellen.

Over een jaar moeten we eens gaan kijken of de ramsj belangstelling heeft voor de restvoorraad.

En dat was het dan.

Als mijn debuut me iets geleerd heeft, is het wat veel schrijvers doormaken. Dat alleen al maakte het tot een gouden ervaring. Véél beter dan voorheen begrijp ik hoe belangrijk het voor een auteur is hoe zijn boek geredigeerd wordt, aangeboden wordt, publicitair en verkooptechnisch begeleid wordt. Het is je kindje en je wilt je kindje op de allerbeste school en in de mooiste jas.

Ook begrijp ik hoe koud de douche is die volgt op de hartverwarmende kraamperiode. Elk vrij uur dat je kunt vinden, gedurende een half jaar, geef je aan je boek, ten koste van gezondheid en sociaal leven. Omdat je hoopt dat je boek een steen is in een vijver en daar brede kringen in zal trekken. Als het wateroppervlak zich dan onverwachts snel rimpelloos sluit, sta je verbaasd aan de kant, om de vijver de rug toe te keren, op weg naar een volgend doel. Never give up.

De eerste jaarlijkse royaltyafrekening bevestigt je bangste vermoedens: op duizend mensen na blijkt niemand in het Nederlands taalgebied naar je boek verlangd te hebben.

Tant pis.

Afgelopen zondag, na de prijsuitreiking van de VPRO Bob den Uyl-prijs voor het beste reisboek, ging ik met genomineerde Maarten Zeegers en zijn gevolg naar een café om te vieren dat hij, net als Geert Mak, verloren had. Evenmin gewonnen had Pascal Verbeken, met zijn bij De Bezige Bij verschenen, indrukwekkende boek Grand Central Belge. Hij ging met ons mee en ik trakteerde hem op een glas bier.

Toen kwam het. Onverwachts. Als een vuurpijl tegen duister zwerk. ‘Ik heb uw boek gelezen,’ zei hij. Ik dacht even dat hij in plaats van Zeegers per ongeluk mij aankeek. Maar hij bedoelde mij. ‘Ik was een tijd terug in Haarlem en las daar in een café over uw ABC van de literaire uitgeverij. Direct haastte ik me naar boekhandel De Vries en bemachtigde een exemplaar. Zeer interessant!’

In verlegenheid gebracht schakelde ik onze dialoog snel door na een onderwerp dat niet met mij en mijn boek te maken had. Maar hoe zoet smaakte dat, ineens een lezer tegen te komen die helemaal uit vrije wil mijn boek gekocht had en gelezen. Eén lezer, die misschien wel voor een paar hónderd lezers staat. Ik stel me een paar honderd mensen voor in een grote ruimte, die allen mijn lieve verwaarloosde boek lazen en me daarvoor de hand komen schudden. That’s a crowd.

En zo kwam een jaar later, dankzij Pascal Verbeken, mijn boek ineens weer tot leven. Uit de as herrezen.

Toch eens aan een nieuw boek beginnen.