Podium


Column Joost Nijsen


EXIT SMIT


Joost Nijsen 02-11-2011

Ware ik een oprecht christen, blakend van naastenliefde en vergevingsgezindheid, dan zou ik journalist Eric Smit, na door hem stevig op de wang te zijn geslagen, uitnodigend mijn andere wang toekeren. Het nadeel dat hieraan zou kleven is dat zijn lariekoek over de zakelijke verhouding uitgever-auteur onweersproken op internet blijft rondslingeren. Dat moeten we niet hebben. Na rijp beraad kies ik ervoor zijn aanval in de openbaarheid te pareren.
Smit is, ondanks zijn grote mond en zijn imposante fysieke verschijning, in zijn hart een lieve jongen. Ik word altijd vrolijk als ik de voormalige Quote-journalist ontmoet. Ik betreurde het dan ook zeer dat hij, nadat Podium hem met zijn ‘non-fiction novel’ De broncode aan een sterrenstatus geholpen hadden, overstapte naar Prometheus, om daar zijn omstreden biografie van Nina Brink uit te geven. ‘Die legt zijn eieren in meerdere mandjes,’ zegt men wel over polygame schrijvers.
Inmiddels legde hij een nieuw eitje (een boek over woekerpolissen) in het mandje van een vrijbuiter in de uitgeverswereld, Bertram + de Leeuw. Over de verdeling van de opbrengsten is hij zo te spreken, dat hij op www.ftm.nl een euforisch stukje plaatste getiteld ‘Uitgevers die delen hebben de toekomst’. Dat hij daarin feitelijke blunders maakt is genant; dat hij daarbij ondergetekende bespuugt als boegbeeld van het door hem gewraakte ‘modelcontract’ is onwellevend, maar vooral hilarisch, als je bedenkt dat de eerste helft van zijn heldenduo Bertram + de Leeuw mij destijds opvolgde als voorzitter van de Literaire Uitgeversgroep, en het contract jarenlang te vuur en te zwaard verdedigde. Als het dus zo is dat zijn huidige uitgever het modelcontract in de kachel wierp, dan mieterde zij daarmee tevens haar prestaties uit het verleden in het vuur (evenmin zal zij Smit toegelicht hebben in welke financiële staat zij haar voormalige uitgeverij Nieuw Amsterdam achterliet).
De essentie van Erics betoog: uitgevers verdienen dankzij het modelcontract het dubbele van de auteur, terwijl nieuwkomer Bertram + de Leeuw de poet tenminste eerlijk verdeelt. Uitgevers houden volgens hem van ieder verkocht boek zo’n 55% over, en daarvan betalen ze de auteur maar 10% (oplopend bij hogere verkoop). Smit begaat de klassieke vergissing om omzet te verwarren met winst. Na aftrek van kostprijs, royalty’s en bedrijfskosten, houdt de uitgever in geval van redelijk tot goed verkopende boeken zo’n 10% over van de netto-omzet. Dat kan de uitgever helaas niet op een depositorekening plaatsen, want tot het geheim van uitgeven behoort de paradox dat je alleen winstgevende boeken kunt maken als je bereid bent met andere boeken (van dezelfde of andere auteurs) verlies te maken. Als de bedrijfskosten van sinterklaas Bertram + de Leeuw zo laag zijn dat er meer met de auteur valt te delen, dan doet dat het ergste vrezen voor de dienstverlening. Bouwen aan een cultureel belangwekkend fonds kan dan al helemaal niet. Ja, echte uitgevers hebben ‘linkse hobby’s’, zoals investeren in jong talent (zoals destijds ene Smit).
De broncode heeft Podium minder opgebracht dan dat Smit suggereert, omdat hij vergeet dat alleen al de aan hem geleverde redactie, berekend tegen een marktconform uurtarief, op een imposant bedrag zou uitkomen. Onze andere inspanningen, niet alleen promotioneel maar ook op het gebied van vertaal- en filmrechten, zijn dankzij de deals die we voor hem konden sluiten, gelukkig toereikend beloond. Het is al met al een kwestie van ‘goedkoop duurkoop’: een schrijver kan altijd wel een uitgever vinden waar hij een hoger percentage ontvangt, zeker als hij zoals Smit door zijn original publisher met veel inspanning al tot een ‘merk’ gemaakt is (ik heb Smit van de hectiek van Quote-journalistiek aan de schrijftafel gekregen). De vraag is echter of hij bij zijn nieuwe uitgever de begeleiding krijgt die hij redactioneel en qua exploitatie mag verlangen. Veelzeggend is dat Eric zich met betrekking tot zijn woekerpolissenboekje wel tevreden toont over de percentuele verdeling, maar niet over de verkoopresultaten.
Evengoed blijf ik een zwak houden voor Eric. Op een dag komt hij bij Podium terug, en mag hij zeggen welke dienstverlening hij van me verlangt; ik leg dan opnieuw uit wat dat kost, en wat er voor beiden overblijft. Als het boek althans verkocht wordt, anders blijft er voor de auteur niks over en voor de uitgever, de risiconemer, een schuldenlast. À bientôt, Monsieur Smit!