Podium


Column Joost Nijsen


RECHTSE HOBBY


Joost Nijsen 28-12-2010
Uitgevers, boekverkopers, schrijvers en andere partijen verbonden aan de handel in het boek, zijn er dit jaar ondanks sombere voorspellingen nog goed afgekomen. De cijfers van de boekenmarkt als geheel doen althans niet vermoeden dat onze branche in grote problemen kwam te verkeren. Zeker, onrechtvaardigheid was er in het verstreken jaar weer volop, in de wrede golven van het literaire getij. Namen noemen is niet chic, maar u zult niet betwisten dat ook in 2010 uitstekende boeken ten onrechte in de schaduw bleven en niet de aandacht en verkoop ten deel vielen die ze op grond van hun kwaliteit en zeggingskracht verdienen. Het wordt er voor het kwaliteitsaanbod ook niet makkelijker op, nu zowel retailers als media steeds meer op safe spelen en zich ten aanzien van ‘moeilijke titels’ terughoudend opstellen.
Daar staan gelukkig nog steeds glansrijke voorbeelden tegenover van uitstekende boeken die niet op voorhand de wind mee hebben, en toch een behoorlijk tot zeer groot publiek bereikten. Dat is te danken aan de smaak van individuele critici, boekverkopers en juryleden, maar ook van de lezer, die nog altijd het laatste woord heeft en soms vrolijk spot met de wetten van markt en marketing.
Spannende jaren strekken zich niettemin voor ons uit. Babyboomers zijn opgevoed met lezen en weten de boekwinkel vanuit educatie en kapitaalkracht nog steeds in groten getale te vinden. Maar wat doen de nieuwe generaties met hun vrije tijd? Zijn de lezers van morgen voldoende bestand tegen de impact van onder andere internet, games, televisie, social media en smart phones, om nog geregeld tijd en concentratie op te brengen voor het lezen van boeken? En als ze aan lezen toekomen, doen ze dat dan via ‘print’  of digitaal? Zal het digitale lezen de schrijvers, boekverkopers en uitgevers voldoende geld opleveren om ervan te blijven leven?
En dan is er de prangende vraag of de overheid zijn verantwoordelijkheid zal blijven nemen ten aanzien van het boek. Het literatuurbedrijf is, anders dan andere culturele branches, in feite altijd een ‘rechtse hobby’  geweest: niet de overheid past geld bij als een op zich uitstekende schrijver verlies oplevert, maar de uitgever, die uit de zeldzame bestsellers alle slecht verkopende titels subsidieert. Wel biedt de overheid randvoorwaarden die bijdragen tot een aanhoudend veelzijdig boekenaanbod, zoals de wet op de vaste boekenprijs, een leesbevorderingsbeleid  en een lage btw (6% i.p.v. 19%). Bovendien krijgen schrijvers en vertalers, en in heel bijzondere gevallen uitgevers, tekorten aangezuiverd via subsidies. Tegenwoordig worden die verstrekt via het Nederlands Letterenfonds, ontstaan vanuit een fusie van het (nu volgen lange namen) Fonds voor de Letteren en het Nederlands Literair Productie en Vertalingen Fonds.
Te hopen valt dat op die relatief geringe overheidsinspanning voor de letteren (in totaal gaat het om een handvol miljoenen per jaar,  een bedrag waarvoor je een meter asfalt kunt leggen, dan wel een grote bank een half uur uit de gevarenzone kunt houden) niet bezuinigd zal worden. Eerder is het hoog tijd dat de overheid wat meer opzij gaat leggen voor het goede, waardevolle boek: ik vermoed dat de overwinst op de incidentele bestsellers de komende jaren zal tanen door margedruk vanuit schrijvers (die zich minder verantwoordelijk lijken te gaan voelen voor hun zwakke broeders en zusters), boekverkopers (die juist op bestsellers meer korting willen) en lezers (die zich vaker wenden tot al dan niet legale aanschaf van het ebook). Die ontwikkelingen zullen de mogelijkheden voor het waardevolle maar minder goed verkopende boek allengs verkleinen.
Was de literatuur dus goeddeels een rechtse hobby, de hierboven genoemde ontwikkelingen nopen ertoe dat de overheid een grotere rol zal moeten spelen, en de letteren dus hoog op de agenda zal moeten plaatsen van ‘linkse hobby’s’ . Dat bedoel ik dan positief: een land zonder een bloeiende leescultuur is een land zonder hobby’s, zonder ziel, zonder visie, zonder ruggengraat.
Laat Rutte maar eens advies gaan inwinnen bij Matthijs van Nieuwkerk, van de talkshow waarin politici liefst dagelijks opduiken. Als Matthijs in zijn boerderij vertoeft, vertelt hij in de Esta, ‘ heerst daar een almachtige rust. Twee keer per dag hout halen voor de haard, meer avontuur is er niet. En een hele grote boekenkast natuurlijk. Zonder boeken geen leven.’