Podium


Column Joost Nijsen


IJSLAND


Joost Nijsen 08-11-2010
‘Reykingar drepa’, staat er op sigarettenpakjes. Ik dacht eerst dat het reclame was van een autoverhuurder in Reykjavik, maar het zal ook daar wel betekenen dat roken ongezond is. Voor ons bijzondere reisgezelschap was dit advies overbodig: de doop in de Blue Lagoon afgelopen weekend van Gipharts fonkelnieuwe roman IJsland behoort met voorsprong tot de gezondste boekpresentatie aller tijden. Met journalisten van Het Parool, Metro, Radio 1, nu.nl en De Telegraaf, aangevuld met fotograaf, enkele podiosi, collega-schrijver Jeroen van Baaren en de vrolijke, zowaar gretig boekenlezende oudste zoon van de schrijver (hou vol Broos!), vlogen we zaterdag kalm die kant op, om ons vervolgens loom over te geven aan het verkwikkend warme water van de blauwe lagune. De eveneens helblauwe cocktail die ons geserveerd werd, bevatte geen alcohol. De meesten van ons zochten bovendien al rond middernacht de hotelkamers op, om ’s morgens half 6 weer fris (nu overdrijf ik) in de bus te stappen. En dat is, in Reykjavik gedurende het weekend, de omgekeerde wereld: IJslandse jongeren liepen bij dageraad nog steeds stomdronken door de hoofdstraat, lallend, vechtend, tongzoenend, overgevend. Een verstandig Hollands gezelschap in de binnenste ring van de hel: als dat niet van VOC-mentaliteit getuigt, Jan-Peter!
Er was wel meer surreëel en innovatief, afgelopen weekend. Zo had de bus die we gehuurd hadden als herkenningsteken een papier tegen de voorruit geplakt met de tekst: ‘IJSLAND – KLEUR OP SNEE’. Het duurde toch nog even voor de herkomst van die woorden tot ons doordrong: onze publiciteitsafdeling had de busfirma bij de bevestiging van de afspraken een pdf meegestuurd met die tekst erop, een interne verwijzing naar de groene tint waarmee we het boekblok van Ronalds roman bespoten hebben (ter plekke bedachten we dat dat natuurlijk Lagoon Blue had moeten zijn).
Ik zeg: never a dull moment.
Maar waarlijk bijzonder was toch dat we daar op zwembroeken en bikini’s na bloot een boekpresentatie hielden. Voor mij was het althans voor de eerste keer dat ik in die natuurlijke staat een boek overhandigde aan een al even blote schrijver, gadegeslagen door ongewoon schaars geklede journalisten en fotografen. Het kan niet anders of het naturisme zet nu snel door in de boekenindustrie. Een blote Herschdorffer met Saskia Noort in bikini, Adam Ammerlaan gearmd met Campert in zwembroek, een blote Bernlef tussen ontklede verkopers in Athenaeum Boekhandel… de variaties zijn eindeloos… en ik hóór nu Eppo van de CPNB denken: Boekenweekthema 2012: ‘De literatuur geeft zich bloot’.
Ondertussen zou je bijna vergeten dat we al deze gekkigheid organiseerden omdat Ronald Giphart, vijf jaar na Troost, een nieuwe roman publiceert. Hoewel ik hierin moeilijk van objectiviteit beticht kan worden, zullen velen het met me eens zijn dat Giphart tot de weinige Nederlandse schrijvers behoort wier stijl onvervreemdbaar is, onuitwisselbaar. Zoals Giphart schrijft, kan alleen Giphart schrijven (wel kun je proberen hem ná te doen, zoals ook de stijl van Reve door velen werd nagevolgd, en die van Carmiggelt). Alleen dat al maakt hem tot een uniek fenomeen in de Nederlandse letteren. IJsland biedt bovendien een spel met leuk en niet-leuk, onecht en waarachtig, leugen en waarheid.
Een roman, waarvan je de film nu al wilt zien. Maar alleen als je ’m leest, kun je later uitleggen waarom je het boek toch beter vond.
Bij het afscheid op Schiphol riep de altijd jongen gebleven reporter Jeroen Wielaert: ‘laat hem zijn volgende roman maar DUBAI noemen, dan zien we elkaar daar!’