Podium


Column Joost Nijsen


Uitgevers


Joost Nijsen 16-06-2010

Nederlandse uitgevers zijn doorgaans nuchter, no-nonsense, wars van pathetiek. Dat heeft wel wat, en past naadloos bij het professionele en commerciële karakter van de hedendaagse cultuurindustrie. Wij hebben niet de illusie dat onze boeken de wereld zullen veranderen. Het is handelswaar, en als het dan nog enige maatschappelijke relevantie heeft: mooi meegenomen.
Toch mag het te onzent wel een tandje hoger, qua bevlogenheid, engagement, betrokkenheid. Wie regelmatig in Duitse, Engelse en Franse catalogi bladert, zal weliswaar griezelen bij de grote woorden die uitgevers daar aanslaan over hun missie op aarde – maar ik haal er persoonlijk toch mijn hart aan op.
De in Nederland woonachtige agent van Hanser Verlag, Tino Köhler, mailde me belangeloos een interview met de Duitse baas van de Keulse uitgeverij Kiepenheuer & Witsch, de net 60 jaar geworden Helge Malchow (hij is onder veel meer de uitgever van de hier uitgegeven schrijver Uwe Timm). Malchow reflecteert op zijn uitgeverschap op een manier die in Nederland voor hoogdravend zou doorgaan, maar kleur en inhoud geeft aan een beroep dat in de kern toch echt waarde kan toevoegen aan de literatuur en samenleving. Beklemtonend dat een uitgeverij geen hermetisch, esthetisch bolwerk mag zijn, noch de wereld zo maar eventjes zal veranderen, stelt hij dat uitgevers het maatschappelijke debat kunnen beïnvloeden en verrijken, altijd ‘op zoek naar de gloeikernen van ontwikkelingen in de samenleving’. ‘De uitgever,’ vervolgt hij, ‘moet gevoelsprieten ontwikkelen om in literatuur datgene te ontdekken, dat de hoofden in het land in beweging houdt.’ De uitgever moet literatuur vinden ‘die ons slimmer en gevoeliger maakt. En wanneer hij dat gevonden heeft, moet hij dat toevoegen aan het discours’. Inspirerend! Ook moet de uitgever ‘stáán voor wat hij van waarde acht, ook als persoon.’ Dat deed Malchow ook als omstreden auteurs uit zijn stal, als Bret Easton Ellis en Maxim Biller, in processen belandden. Zijn dit soort uitgevers in Nederland, met het heengaan van mastodonten als Geert van Oorschot en Geert Lubberhuizen, uitgestorven? Dezelfde vraag wordt Malchow voorgelegd: behoren kleurrijke uitgevers niet tot het verleden? Hij vindt dat Romantisierung. Daar zou hij wel eens gelijk in kunnen hebben, en ook in ons land spelen genoeg uitgevers een invloedrijke rol in zowel de wording van nieuwe literatuur als de stimulering van debatten, via fictie en non-fictie die kanttekeningen plaatst bij de wereld om ons heen.
Maar daar expliciet naar stréven, en daarvoor uitkomen, zoals een gepassioneerd uitgever als Malchow dat doet… nee, dat lijkt hier weinigen te passen. Dat is niet erg, maar wel een beetje risicomijdend, en domweg saai. Besluit ik met een indringende uitspraak van Malchow over de band tussen auteur en uitgever, ook weer verwoord op een manier die in ons land voor ‘aanstellerij’ zou doorgaan: ‘De verhouding tussen uitgever en auteur is een intensief persoonlijke. Alleen een arts of een notaris zal zo veel geheimen met zich meedragen. Dat maakt ook eenzaam, want die geheimen kun je zonder ten onder te gaan natuurlijk nooit prijsgeven.’