Podium


Column Joost Nijsen


B66


Joost Nijsen 08-06-2010

Wij arme kiezers werden wekenlang opgescheept met soundbites en oneliners. Giphart zou dit direct vernederlandsen, tot geluidsbeetjes en éénregels (maar dan net wat leuker, vermoed ik). Ooit gaf ik een boek uit met befaamde redevoeringen van grote wereldleiders. Zo’n boek met een bloemlezing uit de belangrijke redevoeringen in Nederland anno 2010 zou 5 pagina’s tellen: titelpagina, colofon, een lege inhoudsopgave, en twee blanco pagina’s.
Het boekenvak wordt ook steeds meer een industrie van geluidsbeetjes. We zijn gelukkig nog niet zo ver afgezakt dat we een achterplattekst (zo heet een wervende tekst op de achterzijde van een paperback) beperken tot enkele éénregels. Stel je voor, een debuutroman waar je als uitgever niks anders over meldt dan wat klinkt als een ingekort citaat. ‘Een indrukwekkend verhaal, goed geschreven.’
Maar waar we ons niet aan kunnen onttrekken is de allesbepalende invloed van media. Media die hun oorspronkelijke taak van verstrekker van informatie en opinie inruilen voor de hijgerige éénregels van twits, tweets en twetters. Het is beeldvorming voor en na.
Zelf ondervond ik dat, op de vierkante centimeter van onze eigen branche, toen ik onlangs een praatje hield op een conferentie over e-books. Getergd door veel te euforische, nog onbewezen toekomstscenario’s, waarbij het papieren boek, waar we allen ons dagelijks brood mee verdienen, al bijgezet wordt als een aandoenlijke nawee van de papyrusrol, gaf ik wat tegengas en meldde de lancering van onze boeken als e-book te heroverwegen. Daarbij gaf ik aan er niet aan te twijfelen dat onze leescultuur van morgen en overmorgen voor een deel een digitale leescultuur zal worden. Als interessant voorbeeld gaf ik de mogelijkheden via mobiele telefoons, zoals onze eigen app van de Supermarktwijngids op iPhone. En verwees naar een kansrijk platform als Google Editions. Maar die e-reader, waagde ik te beweren, is niets meer dan een kort tussenstapje op weg naar een digitale leescultuur waarvan we ons nog onvoldoende een beeld kunnen vormen, reden te meer om niet te snel nu al onze geestesproducten de wereld in te schoppen als content die je wel eens door de vingers zou kunnen glippen.
Enfin, zo gaf ik wat kansen en bedreigingen aan, zonder ontkenning van nieuwe mogelijkheden.
Wat bleef hangen, via enkele direct in de ether (bestaat dat woord nog?) geschoten twitter-berichten en berichten op onder meer de website van Boekblad, was: ‘Podium stopt met e-books’. Alsof we vandaag besloten hebben de digitale leescultuur bij het vuil te zetten en de trapdegelpers weer uit het vet te halen.
Beeldvorming, dus. Dat kunnen we vervelend vinden, maar zo werkt het nu, in een tijd waarin zelfs belangrijke schrijvers en denkers uren per dag besteden aan de constructie van geluidsbeetjes en éénregels op Facebook en andere social networks.
De kunst is hierin enerzijds mee te buigen als riet in windvlagen die niemand tot stilstand kan brengen, en anderzijds toch te proberen het grote verhaal te blijven vertellen, of het nu gaat om economie, kunstbeleid of digitale leescultuur.
Politiek kun je met zo’n verlangen naar nuance en diepte uitkomen op D66. Maar daar ga ik gelukkig niet over. Me beperkend tot de wereld van het boek geef ik wél een stemadvies. Stemt B66 – Anders Ja.
Over ons partijprogramma zal ik u ook de komende vier jaar op de hoogte houden.