Podium


Column Joost Nijsen


Bruis


Joost Nijsen 07-01-2010

Zoals een goede dominee in de gaten houdt wie er in zijn gemeente steun nodig heeft in barre dagen, zo volg je als uitgever nauwlettend voor- en tegenspoed in de auteursstal. Sommigen worden in werk of gezondheid geplaagd door tegenslag, en vanaf deze kansel spreek ik de wens uit dat 2010 voor hen een jaar wordt van ommekeer. Ten gunste! Na vorst komt altijd dooi, en na dooi volgt altijd de lente.
Velen treden het nieuwe jaar binnen met werklust en een zelfverzekerde glimlach rond de lippen. Toevallig of niet, bij de opening van dit jaar bruiste mijn mailbox van goede voornemens en opgewekte voortgangsberichten. Nogal wat van onze auteurs lijken in de kerstvakantie tot een doorbraak te zijn gekomen, en daaronder niet de minsten. Dat belooft wat voor 2010 en zeker ook voor 2011 – want veel woorden die nu geschreven worden, zijn als druiven die pas volgend seizoen geplukt kunnen worden en pas maanden later in gebottelde staat hun lezers bereiken.
Het geeft een opgewonden-tintelend gevoel, het besef dat nu alom aan de schrijftafels van onze auteurs boeken groeien, met boeiende verhalen in hoogstpersoonlijke stijl geschreven, langzaam maar zeker hun vorm vindend, bloesemend, gistend en straks fonkelend gereed voor wat in ons vak zo lelijk heet ‘bewerking en vermarkting’.
Of er voor al die pennenvruchten straks een markt is? Ik twijfel er niet aan. Op elk goed verhaal wachten luisteraars, en de economie mag dan in een dal verkeren, in de slotmaand van 2009 werden zoveel boeken verkocht, dat ik voor pessimisme omtrent de toekomst van het boek eigenlijk geen grond vind, en dat terwijl uitgevers net als boeren klagen waar ze maar kunnen.
Aldus gaan wij het nieuwe jaar in, bruisend als de champagne die we vorige week dronken en die nu in deze winterse januarimaand weer even ouderwets plaatsmaakt voor warme chocola, erwtensoep en thee met honing. De handen moeten weer even uit de mouwen, of, zoals de grote uitgever Geert Lubberhuizen altijd riep: aan het werk!