Podium


Column Joost Nijsen


Kamermeisje


Joost Nijsen 04-03-2009
Ik heb een schilder gekend die bij de galeriebezoekers geliefd was vanwege zijn fijne tekeningen en gouaches, maar zelf vooral waarde hechtte aan zijn grote olieverfdoeken, kolossale werken in soms heftige groentinten opgezet. Tot zijn verdriet kwamen op die laatste categorie maar weinig kopers af. Zo willen we vaak excelleren in wat we niet kunnen, en onderschatten we waar anderen ons juist voor prijzen, misschien omdat we geneigd zijn te wantrouwen wat ons relatief makkelijk afgaat. In de literatuur kom je dat ook tegen: schrijvers blijven soms wanhopig polijsten aan brede epische werken met complexe structuur en thematiek, terwijl ze voor hun werk op de korte baan (verhalen, novellen) juist het langst herinnerd zullen worden. Het is ook wel logische dat de meeste schrijvers zich tot ‘grote boeken’ aangetrokken voelen, omdat de aandacht bij jury’s en media eerder uitgaan naar ambitieuze romans dan naar het kleine en stille. Dun ogende, fragiele boekjes worden op redacties en in boekhandels vaak wat stiefmoederlijk bedeeld, ten faveure van het breedgeschouderde werk. Dat is soms heel jammer, voor de schrijvers van die literaire pentekeningen, en ook voor de lezers, die hun tijd geven aan zware literaire expedities, terwijl er zulke betoverende dagtochtjes te ondernemen zijn.
Zo’n dagtochtje is het hier net verschenen Het kamermeisje van de springlevende, veelzijdige Duitse schrijver Markus Orths. Deze novelle gaat over enkele maanden uit het leven van een wat labiele, eenzame jonge vrouw, die om aan de kost te komen aan de slag gaat in een Duits hotel. Als kamermeisje. Ze doet haar werk méér dan plichtsgetrouw en schroomt niet veel meer uren te draaien dan strikt genomen noodzakelijk is. Pas als het laatste stofdeeltje uit een kamer verwijderd is, geen hoekje of plintje onbehandeld is gebleven, acht ze haar taak vervuld.
Als er op een dag een hotelgast binnenkomt, verschuilt ze zich onder het bed. Nieuwsgierig en in de ban van het verboden avontuur, blijft ze er de hele nacht liggen, luisterend naar de verrichtingen van de gast. Het is de eerste van een lange reeks nachten die ze heimelijk en gefascineerd onder de bedden van de gasten doorbrengt. Als ze na zo’n nacht een achtergelaten visitekaartje van een escort vindt, leidt dat tot een romance, die haar uit haar eenzaamheid lijkt te verlossen.
Om uw leesplezier niet te bederven vertel ik hier verder niets over de afloop. Goddelijk is, dat je als lezer tijdens deze literaire dag- of nachttocht heel kort maar intens getuige bent geweest van zo maar een vrouwenleven, de wereld vanuit haar ogen beleefd hebt, zonder groots spektakel, maar onvergetelijk. Wie na lezing in een hotel een kamermeisje bezig ziet met stofzuiger of poetsdoek, zal altijd even aan haar denken, de melancholieke jonge vrouw uit deze beheerste korte roman, waarin geen overbodig woord valt aan te wijzen en die voortreffelijk is vertaald door Gerrit Bussink. Kijk er niet overheen straks, in die welgevulde boekhandel.