Podium


Column Joost Nijsen


Rob van Gennep


Joost Nijsen 18-02-2009

Op z’n negentigste stierf zaterdag een vermaarde Amerikaanse uitgever, Alfred Knopf. Als je als uitgever zo oud kunt worden, kunt u nog ongeveer 2000 keer een wekelijkse column van mij verwachten.
Helaas heb je het niet in de hand. Zo ging Rob van Gennep al dood op zijn 57ste … Hoe ouder ik word, hoe idioter ik dat natuurlijk vind.
Als speciaal nummer van De boekenwereld verscheen onlangs een mooie bundel opstellen over hem, getiteld Zeerovers, een verwijzing naar de typering door Breyten Breytenbach van Van Genneps firma als ‘een soort zeeroversuitgeverij’. Aanbevolen lectuur voor wie in de geschiedenis van de moderne Nederlandse literaire en politieke uitgeverij geïnteresseerd is. Een leuk wegbereidertje ook voor de biografie die eens aan hem gewijd moet worden, en die ik graag zou uitgeven, al was het maar als eerbetoon en nagedachtenis aan een man die het Nederlandse boekenvak in de jaren zeventig en tachtig kleur heeft gegeven. Niet alleen gaf hij vele Zeitgeist-boeken uit, met name in revolutionaire hoek, hij was ook uitgever en internationale stimulator van auteurs als Konrád, Jelinek en voornoemde Breytenbach (die enkele jaren geleden door zijn Nederlandse co-uitgever Laurens van Krevelen van Meulenhoff ons fonds werd binnengeloodst).
Al waren ook Geert Lubberhuizen en Geert van Oorschot grote voorbeelden, van Rob van Gennep hield ik. Dat wist hij niet trouwens. Zijn weduwe Hedda van Gennep heb ik het later wel meermalen verteld. Politiek voelde ik me overigens niet verwant - toen ik in zijn boekhandel aan de Nes stage liep, struikelde ik over de restanten van een fundamentalistisch links tijdperk dat wat mij betreft wel lang genoeg geregeerd had. Zo kreeg ik op een dag de opdracht de kasten ‘Marx/Lenin’ leeg te halen en te vervangen door boeken in het segment ‘Homostudies’. Elke tijd kent zijn revoltes.
Maar verder inspireerde zijn doen en laten me uitzinnig. Terwijl hij met toonaangevende schrijvers en journalisten op voet van vriendschap stond, en als geen ander met journalistieke non-fictie wist aan te sluiten op maatschappelijke vernieuwingen, was hij ook gewoon een opgeruimde, sluwe handelaar, die, soms met hangen en wurgen, altijd voldoende geld wist te maken. Of het nou met de biografie door Annie Cohen-Solal van Sartre was of met in- en verkoop van boeiende partijtjes edelramsj uit binnen- en buitenland.
Terwijl andere uitgevers in driedelig pak congressen bijwoonden en reorganisaties doorvoerden, stond Rob gewoon in baard en jasje boeken in te pakken, óók op zaterdag, en altijd die sigaret in zijn in een baard ergens verstopte mond. Een mond die graag op en neer ging en eindeloze, altijd boeiende monologen voortstuwde met een geaffecteerd stemgeluid dat Wassenaar opriep, maar rebelse inhoud deed opklinken.
Fidel Castro in Amsterdam, maar dan milder. Té mild was hij misschien, vooral voor zijn personeel dat, voor zover ik kon waarnemen, in het toen gangbare misverstand verkeerde dat je bazen altijd moet wantrouwen en tegenwerken.
Het meest mis ik hem in het vak als zodanig. Hij was voor de duvel niet bang en confronteerde zijn veel conservatievere vakgenoten voortdurend met onafhankelijke, stevige denkbeelden, waarbij hij altijd op de bres sprong voor vrijheid van meningsuiting en de vaste boekenprijs. Een querulant werd hij nooit gevonden; zijn stem, wist iedereen, gaf precies het benodigde contrapunt aan doorsnee meningen van de altijd wat bange goegemeente.
Laatst schreef ik op deze plaats over een chantage-achtige actie van boekhandelsgroep BGN/Selexyz. Mocht ik al even geaarzeld hebben dat in de openbaarheid te brengen, dan klonk ergens postuum direct al die verleidelijke, bronstige stem van Rob van Gennep: ‘Goed zo jochie, laat je niet opzij duwen.’
Hij is dus niet dood, eigenlijk. Maar wat zou ik graag weten wat hij vandaag, als dik zeventigjarige, gevonden zou hebben van het hedendaagse boekenbedrijf en die rare, hier en daar instortende wereld eromheen.