Podium


Column Joost Nijsen


horizon-b-2.jpg

NIEUWE WEGEN


Joost Nijsen 23-10-2018

Met gezonde jalousie de métier vernam ik over het initiatief van de nieuwe uitgeverij Pluim, van Mizzi van der Pluijm, om 5% van de aandelen over te hevelen naar de eigen schrijvers, die dit aandeel beheren in een coöperatie. Geld vloeit er pas binnen als er winst gemaakt wordt, maar het is zelfs zonder direct uitzicht op dividend een slimme manier om de schrijvers nauwer bij de uitgeverij te betrekken, en het risico op transfers te verlagen. Mizzi's voorbeeld is ongetwijfeld de schrijverscoöperatie van De Bezige Bij, die weliswaar jaren geleden werd ingekapseld in de Weekbladpers Groep (WPG), maar die wel degelijk invloed kan uitoefenen, en het gevoel van betrokkenheid en saamhorigheid overeind houdt. Daar is het belang vooralsnog groter, daar - als ik me niet vergis - de waardevolle panden aan de Van Miereveldstraat in bezit zijn van de coöperatie.

We leven in tijden waarin uitgevers met hun schrijvers steeds heviger verlangen naar nieuwe manieren om stand te houden en, liever nog, het publieksbereik te vergroten. Want zoals ik hier eerder stelde: de uitdaging zit momenteel niet aan de aanbodkant (wat verschijnen er veel mooie boeken en wat zijn er veel goede schrijvers!), maar aan de vraagkant. Tijdens de Buchmesse bereed ik in informeel gesprek met topfunctionarissen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (intrigerende volgorde eigenlijk!) lustig mijn stokpaardje: moeten de afdelingen cultuur en onderwijs niet veel nauwer samenwerken in het bevorderen van de leescultuur? Hoe beperkt is wel niet het effect van al die inspanningen, al die innovatieve marktbewerking dag in dag uit door uitgevers en boekverkopers en verwante instituties, als er niet tegelijkertijd serieus werk wordt gemaakt van lees- en literatuuronderwijs op  basis- en middelbare scholen?

Mijn naïeve vraag was in welke mate onderwijs en cultuur momenteel de handen ineenslaan. Het bijna cynische antwoord: temper je verwachtingen, want onderwijs heeft heel wat anders aan het hoofd dan zoiets concreets als het bevorderen van literatuuronderwijs, dat in hoge mate aan de scholen zelf gedelegeerd zou zijn. Scholen waar de directies vooral druk zijn om überhaupt leerkrachten het lokaal in te krijgen. Laat staan leerkrachten te selecteren die op onderlegde en bevlogen wijze over boeken kunnen doceren. (Het schijnt zó bar en boos te zijn, dat veel nieuwe leraren Nederlands zélf uittreksels en vraag- en antwoordformulieren nodig hebben om de stof adequaat over te kunnen dragen; dit is me uit welingelichte kringen verzekerd, maar ik weiger het te geloven.)

Maar laat ons vooral maar niet wachten op Verlossing van Boven, al lijkt mij permanente druk vanuit de boekenwereld op dit ministerie broodnodig. Waarbij we ook wel een beetje mogen hopen op toppolitici die doordrongen zijn van het belang van kunst. Van Wim Kok was ik politiek nooit zo'n fan (ben daarvoor te zeer een sociaal-liberaal), maar god wat voelde ik een heimwee toen ik na zijn overlijden las dat hij besefte door zijn jaren in de politiek gedeformeerd te zijn geraakt, met dan de geweldige woorden: 'Kunst biedt dan uitkomst, omdat het daarin niet gaat om de waan van de dag maar om schoonheid en verbeelding.'

Oh Wim, waar is in het Torentje Uw opvolger!

Ondertussen moeten we doen wat we kunnen, onze scheepjes lustig afduwen. En hierbij binnen het vak veel nauwer samenwerken. Dit jaar gaven we al zes gedichtenbundels uit (van Blees, Heytze, Hesselink, Swanborn, Thies en Wuck). Van prompte en grondige bespreking van al dit nieuwe werk is geen sprake, waarmee een belangrijk deel van de publieksvoorlichting stagneert. Hoe komt dit? Hoe kunnen uitgevers van bijvoorbeeld dit genre structureler samenwerken met literaire media, met de festivals, de prijzen, de literaire bladen, boekwinkels, CPNB? Moeten we niet samen een poëzie-app tot stand brengen die al die poëzieliefhebbers dagelijks bereikt en verwent, met makkelijke bestelmogelijkheid? Of een Spotify voor poëzie, met redelijke afdracht aan rechthebbenden? En moeten we iets soortgelijks niet meteen even van de grond tillen ter zake dat andere stiefkindje van de letteren, het korte verhaal?

Aan het werk!