Podium


Nieuws

Aarsman, Hans (klein).JPG
28-09-2011

Hans Aarsman wint Hendrik de Vriesprijs

De Hendrik de Vriesprijs gaat dit jaar naar schrijver en fotograaf Hans Aarsman. Aarsman schuift geregeld aan bij De Wereld Draait Door en schrijft stukken voor onder andere de Volkskrant, PhotoQ en Fieldeye. Zijn columns uit de Volkskrant zijn door uitgeverij Podium gebundeld in Ik zie ik zie. Vanaf februari 2012 staat hij in het theater met zijn voorstelling De Aarsman Projectie en in diezelfde periode verschijnt ook zijn nieuwe boek De fotodetective. In De fotodetective  onderzoekt Aarsman aan de hand van foto’s het verschil tussen kijken en zien, met als leidraad zijn eigen ontwikkeling van fotograaf tot beschouwer. Meer informatie over zijn boeken is hier te vinden.

De jury roemt Aarsman om zijn opmerkelijk dubbeltalent: ‘Behalve met fotografie houdt Aarsman zich ook bezig met schrijven, en hij schrijft geweldig goed. In feite is zijn werk een effectieve vorm van cultuur- en kunstkritiek, gericht tegen de hype van de fotografie, en tegen consumentisme. Noties van originaliteit en signatuur zijn hem vreemd. Hij vindt wat hij zoekt op straat, en daarmee zet hij zijn publiek (kijkers én lezers) ertoe aan om minder doelgericht, maar met een meer onbevangen, avontuurlijke blik, naar de omringende wereld te kijken. En naar het werk van anderen: zo stelde hij tentoonstellingen samen die het volle licht op de talenten van andere fotografen moesten laten vallen.’

De Hendrik de Vriesprijs werd in 1946 ingesteld ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Groningse dichter Hendrik de Vries, die de prijs als eerste winnaar in ontvangst mocht nemen. Vervolgens werd de prijs onder andere uitgereikt aan Toon Tellegen, Jan Wolkers en C.O. Jellema.

Hans Aarsman ontvangt de prijs op donderdag 6 oktober in het Grand Theatre te Groningen. Op deze avond zal hij ook een avondvullende lezing verzorgen over fotografie.

Column Joost Nijsen

  • caro_klein.png

    BIJZONDER DEBUUT

    23-10-2018 -

    Op de gedenkwaardige presentatie afgelopen najaar in de Gentse boekhandel Limerick, waar Caro Van Thuyne een indringend betoog afstak over het belang van het werk zelf boven de mens erachter (refererend aan zielsverwanten als Salinger, Thomése en Tonnus Oosterhoff), werd ik me eens te meer bewust van de kracht en originaliteit van haar prozadebuut Wij, het schuim.

    Met deze uitzonderlijke verhalenbundel duikt de Vlaamse schrijfster Caro van Thuyne onze letteren binnen, met (om in zwembad-beeldspraak te blijven) een bommetje. Want dit is niet zo maar een debutant.